Boekje herdenking 2017

Stichting Oranjehotel

“In deze bajes

zit geen gajes

maar Hollandsch glorie

potverdorie”

 

 

Herdenking 2017

Zaterdag 30 september

Internationaal Strafhof

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doodencel 601

 

 

 

Programma

 

 

 

Welkom namens het Internationaal Strafhof door de heer H. von Hebel, Griffier

 

Opening door mevrouw E.J.M. Mulock Houwer, voorzitter  Stichting Oranjehotel.

 

Toespraak door Jorieke Akkerman, kleindochter van oud-gevangene en oud-verzetsstrijder Piet Nieuwstraten

 

Muziek: Dorine Schade (dwarsfluit) en Tanja Trede (altviool), leden van het Residentieorkest spelen het Duo voor Fluit en Altviool, H598 van C.P.E. Bach.

 

Herdenkingsrede door de heer Mr. A.M.M. Orie, rechter bij het Joegoslavië Tribunaal

 

Muziek: Duo voor Fluit en Altviool, Jean Sibelius

 

Stilte.

 

Het Volkslied:

 

Wilhelmus van Nassouwe

ben ik van duitsen bloed,

den vaderland getrouwe

blijf ik tot in den dood.

Een prinse van Oranje

ben ik vrij onverveerd,

den koning van Hispanje

heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen

zijt Gij, o God, mijn Heer!

Op U zo wil ik bouwen,

verlaat mij nimmermeer!

Dat ik toch vroom mag blijven,

uw dienaar t’ aller stond,

de tirannie verdrijven

die mij mijn hart doorwondt.

 

 

 

Welkom door de heer H. von Hebel, Griffier van het Internationale Strafhof

 

Dames en heren,

Met veel genoegen heet ik u allen van harte welkom in het gebouw van het Internationaal Strafhof voor de jaarlijkse herdenking van het Oranjehotel.

Toen de vraag werd gesteld door het Bestuur van de Stichting Oranjehotel om, vanwege de renovatie van de Scheveningse gevangenis, de herdenking éénmalig bij het Internationaal Strafhof te laten plaatsvinden, kon hier gelet op de sterke symbolische relatie die er bestaat tussen het Oranjehotel en het Strafhof spoedig positief op worden geantwoord.

Direct na de Tweede Wereldoorlog werden de Tribunalen van Neurenberg en Tokio opgericht om de plegers van oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de vrede en misdaden tegen de menselijkheid, begaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, te berechten. De wens van de internationale gemeenschap om daarna een permanent Internationaal Strafhof op te richten bleef lang ongerealiseerd als een gevolg van de Koude Oorlog. Pas in de loop van de jaren ’90 was het weer mogelijk om nieuwe tribunalen op te richten, eerst voor het voormalige Joegoslavië en voor Rwanda, daarna ook – eindelijk – een permanent Internationaal Strafhof.

Op 17 juli 1998 werd in Rome een belangrijke mijlpaal bereikt toen 120 staten het Statuut van Rome aanvaardden, waarbij het Internationaal Strafhof werd opgericht. Op 1 juli 2002 ging het  Internationaal Strafhof, hier in Den Haag, van start, zij het eerst op een tijdelijke locatie.

 

Sinds januari 2016 zijn wij verhuisd naar de huidige locatie, die door de Nederlandse regering en de gemeente Den Haag beschikbaar werd gesteld, als onderdeel van de internationale zone en op het terrein van de voormalige Alexanderkazerne, grenzend aan de Waalsdorpervlakte.

Dat de keuze voor deze locatie werd gemaakt met inbegrip van historisch besef blijkt wel uit de verwevenheid van deze locatie met enkele significante gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

Zo werd op 10 mei 1940 de Alexanderkazerne gebombardeerd als onderdeel van een plan van de Duitsers om de Koningin en de regering van Nederland gevangen te nemen en daarmee het Nederlandse verzet direct te breken en ons land tot overgave te dwingen al in die eerste uren cq. dagen van de oorlog. Bij dit bombardement waarbij de slaapgelegenheid in de stallen van de kazerne het zwaarst werd getroffen zijn 3 korporaals en 63 huzaren en vele paarden omgekomen. Een gebeurtenis die zeer veel impact had op de Haagse gemeenschap en in het bijzonder de omwonende families van de omgekomen militairen.

Bij de bouw is, in overeenstemming met de wensen van de Cavalerie een sober gedenkteken aangebracht in de “retaining wall” gesitueerd aan de voorzijde van het gebouw aan de Oude Waalsdorperweg, op basis van een steen met herdenkingstekst die ter herinnering aan deze gebeurtenis in de Alexanderkazerne was aangebracht. Elk jaar wordt dit bombardement herdacht met een beperkte ceremonie.

Maar ook de fysieke nabijheid van de Scheveningse gevangenis speelde mee in de keuze voor deze locatie.

Een gedeelte van de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, de zogenoemde VN- cellen, is door het Ministerie van Veiligheid en Justitie ter beschikking gesteld voor de huisvesting van de verdachten van de verschillende internationale Tribunalen en Hoven die zijn gevestigd in Den Haag. Op dit moment zijn 6 verdachten van genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid in afwachting van hun proces bij het Internationaal Strafhof gehuisvest in de Scheveningse gevangenis.

Het Strafhof maakt heden ten dage deel uit van een globale strijd tegen straffeloosheid. Door middel van het internationaal strafrecht probeert het Strafhof misdadigers verantwoordelijk te houden voor hun misdrijven en ervoor te zorgen dat deze niet opnieuw zullen plaatsvinden. Maar hoewel het Internationaal Strafhof is voortgekomen uit de noodzaak om plegers van de meest ernstige misdaden tegen de menselijkheid te vervolgen en berechten, poogt de Aanklager tegenwoordig ook steeds meer proactief bepaalde situaties te volgen, teneinde een afschrikwekkende werking uit te laten gaan en daarmee mogelijke misdaden te voorkomen.

Maar het draait niet alleen om het berechten van de misdadigers; het Strafhof hecht ook groot belang aan de slachtoffers van deze misdaden. Voor het eerst in de geschiedenis van het internationaal strafrecht hebben de slachtoffers binnen het Strafhof de mogelijkheid om actief deel te nemen in het proces en kunnen zij schadevergoeding vragen. Dit houdt in dat zij niet alleen kunnen getuigen voor de rechters, maar dat zij ook hun visie en bezwaren kenbaar mogen maken aan de rechters gedurende alle verschillende stadia van het proces. Het gedachtengoed hierachter is dat gerechtigheid pas echt kan worden gedaan als de stem van de slachtoffers ook wordt gehoord en aandacht aan hun lijden wordt geschonken.

Maar wellicht belangrijker nog; er wordt tevens voor gezorgd dat de slachtoffers van de misdaden de verschrikkingen kunnen verwerken en hun leven weer zo goed als mogelijk kunnen opbouwen. Daarnaast zorgt het Trust Fund for Victims  er mede voor dat de slachtoffers kunnen terugkeren naar een waardig leven als gewaardeerd lid van de gemeenschap, waarmee wordt beoogd om duurzame vrede en veiligheid te laten terugkeren in de gemeenschap in het geheel.

In het kader van deze duurzame vrede en veiligheid hoort ook het gedenken en terugzien op ingrijpende gebeurtenissen waarbij het besef van “dit nooit meer” als belangrijkste uitkomst wordt nagestreefd. Hierbij kunnen we alleen maar leren van ons verleden en voortbordurend op deze kennis trachten om het in de toekomst beter te doen.

Ook voor het Strafhof is deze herdenking vandaag daarom van waarde voor ons, als onderdeel van ons gemeenschappelijk verleden en toekomst.

 

 

 

Opening door mevrouw Dineke Mulock Houwer,

voorzitter van de Stichting Oranjehotel

 

Ook namens het bestuur van stichting Oranjehotel van harte welkom bij deze herdenking.

We zijn het Internationaal Strafhof zeer erkentelijk dat wij deze 72-ste Herdenking in deze bijzondere omgeving mogen houden. Deze plek vormt een kernpunt voor Vrede en Recht, de thema’s die het verleden van de Tweede Wereldoorlog, het Oranjehotel én de hedendaagse situatie van oorlogen en rechtspraak verbinden. Deze betekenis wordt nog eens versterkt door de ligging op de route naar de Waalsdorpervlakte, de fusilladeplaats én de ligging in Den Haag, de stad die bij uitstek Vrede en Recht als missie uitdraagt. En dat is nog steeds een bittere noodzaak. Sinds de Tweede Wereldoorlog, toen velen overtuigd waren van “dit nooit meer”, hebben we weliswaar in het grootste deel van Europa vrede gekend, maar elders in de wereld woeden opnieuw of nog steeds oorlogen en zijn mensen op de vlucht voor vernietiging en geweld. Bovendien zijn de verhoudingen ook binnen Europa kwetsbaar. De geschiedenis leert dat oorlogen en ook terrorisme horen bij de mensheid. Te meer blijft de opdracht om conflicten tussen landen en tussen heersers en burgers op een meer humane wijze en met goede diplomatie op te lossen en, als dat nodig is, vanuit internationale rechtsbeginselen tot rechtvaardige berechtiging te komen.

We zijn dan ook heel blij dat juist in deze context een rechter, de heer Fons Orie, met grote ervaring en deskundigheid op het gebied van oorlog, vrede en internationaal strafrecht en momenteel rechter bij het Joegoslavië Tribunaal de herdenkingsrede zal houden.

 

Herdenken en respect betonen is een ereplicht aan de velen, waaronder ruim 25.000 gevangenen in het Oranjehotel, die hun leven waagden in het verzet tegen de bezettende macht. Zij leverden een risicovolle bijdrage aan de bevrijding van ons land, zijn daarbij omgekomen of liepen blijvende fysieke of psychische schade op en niet alleen zijzelf maar ook hun thuisfront.

Juist nu het aantal oud- gevangenen, overlevenden en anderen die de oorlog aan den lijve hebben ervaren kleiner wordt, is er een verschuiving van herinnering naar overlevering. Nog steeds verschijnen nieuwe boeken over de Tweede Wereldoorlog en met name uit egodocumenten blijkt dat deze oorlog – maar in feite oorlog overal ter wereld- diep ingrijpt in de levens van overlevenden, nabestaanden en de volgende generaties. Veel van deze boeken zijn het resultaat van langdurig stilzwijgen, verdringing en tenslotte verwerking van levenslange onzekerheid en pijn. Een indringende illustratie daarvan zien we in het onlangs verschenen boek  “Je ziet me nooit meer terug” van de bekende radio- en tv-presentator Sonja Barend. Haar joodse vader werd thuis opgepakt en na een maandenlang verblijf in het Oranjehotel is hij in Auschwitz terecht gekomen en daar omgekomen. Sonja is haar leven lang op zoek geweest naar antwoord op vele vragen over de oorlogstijd. Haar moeder zweeg  krampachtig over het verleden en zij, de dochter stelde geen vragen. Ze zegt daar zelf van “ in tv – interviews draaide ik mijn hand daar niet voor om, waarom kon ik dat bij mijn eigen moeder niet opbrengen”? Ze heeft daar tot de dag van vandaag spijt van.

Veelzeggend  is dat de meeste van deze levensverhalen als hoofdboodschap hebben “dit mag niet vergeten worden; breng de verhalen over en informeer de volgende generaties opdat zij er van leren”. Het belang daarvan wordt steeds meer ingezien en daarom is het goed dat steeds meer jongeren een rol spelen bij herdenkingen en “het verhaal doorvertellen”. Dat zien we ook vandaag als Jorieke Akkerman iets zal vertellen over haar betrokkenheid bij de oorlog. Haar grootvader Piet Nieuwstraten was een Geus en zat 75 jaar geleden in het Oranjehotel.

 

De overlevering aan de volgende generaties is ook een van de belangrijke drijfveren om wat in de Tweede Wereldoorlog in het Oranjehotel heeft plaats gevonden te vereeuwigen door deze “lieu de memoire“ te renoveren tot een Herinneringscentrum. Hoever zijn we daarmee? De meesten van u zijn via onze Nieuwsbrief in mei dit jaar op de hoogte gesteld van de voortgang van het project. We zullen u ook het komend jaar informeren zodat u de ontwikkelingen kunt volgen. Inmiddels is het sloop- en renovatiewerk achter de gevangenismuur in volle gang. We streven er naar om de herdenking in 2018 weer te laten plaatsvinden in de gevangenis. De officiële opening zal enige tijd daarna plaatsvinden.

In 2018 zal het thema Verzet centraal staan bij de organisaties die zich bezighouden met herinnering aan en behoud van het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog. Juist daarin past de opening van het Oranjehotel als symbool van het verzet en als startpunt van de zogenoemde Verzetsroute, de tocht van veel gevangenen vanuit het Oranjehotel naar o.a. de kampen Amersfoort, Vught en Westerbork en vandaar weer naar vele concentratiekampen in Duitsland en Polen. Het beoogde Herinneringscentrum Oranjehotel is gericht op informatie, educatie, beleving en bezinning. Het accent zal daarbij liggen op wat jongere generaties zouden moeten weten, begrijpen en leren van feiten, oorzaken en gebeurtenissen. Maar ook zal discussie gestimuleerd worden over morele vragen van moed en verzet, verraad en collaboratie. Er zal aandacht zijn voor macht, wraak en religie als bronnen voor oorlog, geweld, indoctrinatie en haat en voor de intense materiële en immateriële schade van oorlogen voor mensen, cultuur, natuur en economie. En als rode draad het belang van rechtsstaat en democratie voor vrede en vrijheid.

 

Niet alleen vandaag maar ook in het Herinneringscentrum zal de nauwe verbinding  met de Waalsdorpervlakte duidelijk zijn. Het was deze fusilladeplaats waar de doodvonnissen van een groot aantal van de gevangenen van het Oranjehotel werden uitgevoerd. Een afgelegen plek in de duinen. Daarom ook wel ”de Doodenvallei in de duinen” genoemd. Maar hoe verging het de verzetsmensen in het Oranjehotel? Uit de verhalen van gevangenen in het Oranjehotel weten we dat velen hun overtuigdheid van het belang van verzet niet verloren. Ze ondergingen intensief onderzoek in de vorm van zware verhoren vaak gepaard met marteling en ander geweld. En degenen die het doodvonnis kregen, wisten wat er te gebeuren stond: nog één, of bij uitzondering, enkele nachten in de cel, schrijfmateriaal voor een afscheidsbrief, bezoek van de dominee, extra eten en drinken, letterlijk een galgenmaal. En dan vroeg in de morgen via het poortje in de gevangenismuur, in een vrachtwagen vervoerd door de duinen naar de fusilladeplaats. Velen met opgeheven hoofd.

Laten we stilstaan bij wat slachtoffers in onze oorlog hebben ondergaan. Wat ze gevoeld en gedacht hebben in gevangenschap in een cel , bij wrede verhoren, op weg naar een concentratiekamp, tijdens loodzware arbeid in een steengroeve, op de vlucht of in de rij voor een vuurpeloton óf hier in de duinen lopend naar de rand van een kuil.

En laten we ons afvragen wat wij en de jongere generaties zouden doen in een vergelijkbare situatie zoals zo treffend verwoord door Cobi Maurits in het gedicht “Ik vraag me af “

 

Zou ik het kunnen wat zij toen wél konden,

vaak niet gezocht en ook niet heel doordacht,

zo pal te staan als zij, zó vastberaden,

al wisten ze niet wat de toekomst bracht?

 

Zou ik het kunnen, leven met de dreiging,

dat eén verkeerde stap, een enkel woord

betekent dat er slachtoffers gaan vallen,

een goede vriend, familie, wordt vermoord

 

Zou ik het kunnen, zwijgen bij de vragen

naar wie en wat, houd ik dan oók mijn mond?

Zou ik mijn beulen ooit kunnen trotseren

al had marteling mijn lichaam zwaar verwond?

 

Zou ik het kunnen, trouw zijn tot het einde,

om zwijgend ook die laatste gang te gaan

en het hoogste goed, mijn leven, op geven voor anderen,

had ik dat oók gedaan? 

 

Ik weet het niet, maar dankzij deze helden

heb ik nooit voor die keuze hoeven staan

Zij gaven ’t hoogste wat ze konden geven:

Hun leven zodat ik in vrijheid kan bestaan.

 

 

 

Toespraak door Jorieke Akkerman,

kleindochter van oud-verzetsstrijder en Geus Piet Nieuwstraten

 

Het is nu precies 75 jaar geleden dat mijn opa, Piet Nieuwstraten, gevangen zat in het Oranjehotel in Scheveningen. Hij was door de Duitsers opgepakt omdat hij lid was van de Geuzen, de eerste verzetsgroep in Nederland. Van 30 juli 1942 tot 6 november 1942 heeft hij in ‘Einzelhaft’ gezeten, helemaal alleen, in cel 719.

Op het moment dat de Duitsers Nederland binnen vielen zat Piet in militaire dienst als sergeant, gestationeerd in Woerden. Door gebrek aan mankracht en materiaal konden ze tegen de Duitsers niets beginnen, het was binnen vijf dagen gebeurd. Van begin af aan was hij daar eigenlijk al boos over. Na ruim een maand werd duidelijk dat er geen werk meer was, en ging hij naar huis. Thuis in Vlaardingen kwam hij pessimistisch en teleurgesteld aan. Ze hadden niks kunnen doen tegen de invasie. De Duitsers konden gewoon hun gang gaan.

In augustus werd Piet benaderd door de vader van een vriend, die zei: ‘Jij was toch sergeant in het leger?’ Hij werd gevraagd om zich aan te sluiten bij een geheime organisatie, dit was het Geuzenverzet. Al snel werd hij groepsleider en op een gegeven moment had hij zelfs wel tien groepen onder zich, zo’n vijftig mensen. Ze probeerden op verschillende manieren de Duitsers dwars te zitten. Dat was natuurlijk gevaarlijk, maar echt beseffen deden ze dat niet. Tot het moment dat er Geuzen werden opgepakt en op 13 maart 1941 dood geschoten op de Waalsdorpervlakte. Toen hij zelf in juli 1942 werd opgepakt, dacht hij ook meteen dat dat zijn einde zou worden.

Ongeveer drie maanden zat mijn opa gevangen in het Oranjehotel in Scheveningen. Omdat hij door de Duitsers als ‘gevaarlijk’ werd beschouwd, zat hij al die tijd alleen in een cel, in ‘Einzelhaft’. Hij werd honds behandeld door de SS-bewakers. Op alle mogelijke manieren werden de gevangenen gepest en verbinding met thuis was niet mogelijk. Hij mocht soms luchten, maar ook dan was het niet mogelijk om echt met anderen te spreken. Er was wel een soort seinsysteem, door op de verwarmingsbuizen te tikken, maar altijd bleef hij voorzichtig, ‘omdat je nooit wist wie naast je zat’. Opa vertelde dat de SS-bewakers alles deden om het bloed onder je nagels vandaan te halen. Er gebeurden vooral nare dingen met Joden. Die werden bijvoorbeeld achterna gezeten en geslagen. Zo viel er een keer iemand voor zijn celdeur neer, die vreselijk werd geslagen. Ook werden er eens acht Joden in de cel tegenover hem gestopt. Acht mensen in zo’n kleine ruimte!

Zoals verwacht werd Piet ter dood veroordeeld, maar door een wonder is dit nooit uitgevoerd. Hij werd op transport gesteld, heeft daarna in andere gevangenissen gezeten en is uiteindelijk terecht gekomen in concentratiekamp Buchenwald. Na het meelopen in Dodenmarsen, werd hij op 23 april 1945 bevrijd. Pas in juni kwam hij weer in zijn woonplaats Vlaardingen aan.

Mijn opa heeft altijd goed kunnen vertellen over de oorlog. Hij vertelde veel aan zijn kinderen, waaronder mijn moeder, Riekje Nieuwstraten, en later vertelde hij ook veel aan mij. Ik ben dus al van jongs af aan zeer nauw betrokken bij de Stichting Oranjehotel. Vroeger ging ik elk jaar met opa en oma naar de herdenking. Als 8-jarig meisje liep ik aan de hand van oma en mocht ik, bij cel 601, bloemen neerleggen. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik natuurlijk besefte waar het om ging. Inmiddels twintig jaar later ben ik nog altijd onder de indruk als ik in cel 601 sta. Al die teksten die op de muren zijn geschreven, vaak gekrast. Dat waren échte mensen die daar zaten, net als mijn opa.

Piet Nieuwstraten is tot kort voor zijn dood in 2006 erg betrokken geweest bij de toekomst van het Oranjehotel en in het bijzonder cel 601. Zo schreef hij een maand voor zijn overlijden een brief aan het bestuur van de Stichting Oranjehotel, waarin hij zijn voorkeur uitsprak voor, ik citeer: ‘het dagelijks openstellen van het Oranjehotel zodat het bereikbaar is voor iedereen en ruimte en gelegenheid om voorlichting te geven aan én door volgende generaties’. Mijn opa zou heel erg blij zijn geweest met de plannen voor het Oranjehotel die op dit moment worden uitgevoerd; een herinnerings- en informatiecentrum dat toegankelijk is voor iedereen. Ik zelf hoop, als derde generatie, nog lang betrokken te blijven bij de Stichting Oranjehotel. Het is belangrijk, zeker in deze tijden, om te blijven herinneren én vertellen wat er toen is gebeurd. Dat is wat ik in ieder geval altijd zal proberen te doen.

 

 

Herdenkingsrede door de heer Mr. A.M.M. Orie,

rechter bij het Joegoslavië Tribunaal

 

 

Vandaag komen we niet samen in de onmiddellijke nabijheid van Doodencel 601, en van het poortje. Velen van U zullen de vertrouwde omgeving waarin herdacht werd missen en dat zal vreemd aanvoelen. De fysieke nabijheid tot die plek waar de gruwelen van de oorlog begaan werden en waar de rechteloosheid heerste heeft altijd een aparte dimensie gegeven aan de Oranjehotel herdenkingen. Graag wil ik met U vandaag stilstaan bij de vraag of de afstand tussen het Oranjehotel en de plaats van samenkomst vandaag inhoudelijk valt te overbruggen of, sterker nog, of beide locaties niet eng verbonden zijn.

 

Het gebouw van het Internationale Strafhof, waar wij vandaag bijeen zijn, ligt vrijwel op de as tussen het Oranjehotel en de Waalsdorpervlakte, vrijwel op de weg die vele gevangenen aflegden naar de plaats van hun executie. Dat waren de slachtoffers, overgeleverd aan de rechteloosheid.

De plek waar wij nu zijn is ook op een andere manier verbonden met de  Penitentiaire Inrichting Haaglanden. Zij die in dit gebouw terecht staan als verdachten zijn nu gedetineerd binnen dezelfde  muren waarbinnen ook het Oranjehotel en Doodencel 601 gelegen zijn. Die gedetineerden worden vermoed de daders te zijn, verantwoordelijk voor de oorlogsgruwelen van recente datum. Rechtsverkrachting van deze tijd. Hirsch Ballin verwees tijdens een eerdere herdenking naar Rwanda, Bosnië en Darfur en dat zijn inmiddels al niet meer de laatste oorlogen waarin daders opstonden en zich bruut aan onschuldigen vergrepen, vaak ongeacht of zij zich verzetten. Geen slachtoffers van rechteloosheid en rechtsverkrachting zonder daders.

 

De zin van herdenken bestaat mede in het levend houden van het bewustzijn van het onrecht, een bewustzijn dat herhaling moet voorkomen. We staan stil bij het leed van de slachtoffers en hun nabestaanden opdat niet opnieuw daders opstaan, opnieuw slachtoffers maken. Wat dat betreft bevinden we ons op een goede plek. Verdachten van oorlogsmisdrijven, genocide en misdrijven tegen de menselijkheid staan hier terecht, in dit gebouw, in deze zaal waar wij nu bijeen zijn. Terecht staan betekent: vaststellen wat zij hebben gedaan, stilstaan bij de gruwelijkheden en het vaak brute geweld dat zij in de marge van het eigenlijke oorlogsgeweld toepasten. Dat is ook een manier van stilstaan bij wat gebeurd is. Daar worden gevolgen aan verbonden in de hoop, van een stellige verwachting durf ik nauwelijks te spreken, dat soortgelijk onrecht niet herhaald zal worden of in ieder geval minder vaak. Berechting voegt een dimensie toe aan de herinnering.

 

De gevangenen van het Oranjehotel hebben namen. Hun geschiedenis is geschreven, vaak door henzelf, op de muren van hun cellen, in de boeken die zij over hun ervaringen schreven en in de registers en documenten die bewaard zijn gebleven. Hun verzetsdaden waren het gevolg van de moeilijke keuze die zij vaak heel bewust maakten. Met alle gevaren van dien stonden zij op tegen het onrecht, gingen zij over tot actie. Zij kozen niet voor de relatieve veiligheid door zich neer te leggen bij wat in veler ogen een niet verder te vermijden realiteit leek te zijn geworden. Die bewuste keuze leidde vaak tot hun gevangenschap en hun dood.  Zij, en de keuze die zij maakten, worden geëerd door hun nabestaanden.

 

Hebben daders ook namen? Is hun geschiedenis, zijn hun keuzes ook beschreven? Daders gaan en gingen vaak op in systemen, in organisaties, in eenheden of in een collectief  en bleven heel vaak  zonder naam. De staat, hun bataljon, hun Lagerleiter, daarachter vertrouwden daders zich veilig te kunnen verschuilen. Binnen dat systeem, die organisatie of die eenheid werden zij niet ter verantwoording geroepen voor hun keuzes. In dit huis, in navolging van Nürnberg, Tokyo en de Bijzondere Rechtspleging in een ver verleden -en het Joegoslavië en Rwanda Tribunaal in recenter tijd- moeten daders ook hun gezicht tonen, worden zij ook bij naam genoemd, wordt nagegaan wat hún keuzes waren. De aansprakelijkheid van het individu staat in dit huis en in het strafrecht centraal. Internationaal stagneerde de berechting van oorlogsmisdadigers na de Tweede Wereldoorlog ongeveer 50 jaar. Staten konden aansprakelijk gesteld worden voor het Internationale Hof van Justitie, in het Vredespaleis, maar daders ontsprongen veelal de dans. Maar tegenwoordig staan weer mensen terecht, mensen die ter verantwoording worden geroepen voor hun keuze voor het gruwelijke onrecht waaraan zij deelnamen.

 

De moedige keuzes die zij, die in het Oranjehotel gevangen werden gehouden, maakten waren individuele keuzes. Mensen met vaak een heel verschillende achtergrond maakten hun eigen keuzes. Hun rang, hun stand, toen wellicht nog van grotere betekenis dan nu, of hun politieke achtergrond, kon heel verschillend zijn. In het gastenboek vinden we verpleegsters, studenten, ambtenaren, kantoorbedienden, bloembollenkwekers, dominees en priesters en broodbakkers. Verbonden door hun persoonlijke moed. Menselijk moed is niet gebonden aan rang. stand en religie, en meestal ook niet aan politieke achtergrond. Dat de verschillen in achtergrond soms ook schaduwzijden had is ook bekend. Mevrouw Withuis sprak daar vorig jaar over.

 

Maar niet alle keuzes die gemaakt werden waren moedig. Corstens heeft eerder gesproken over de teleurstellende keuzes die raadsheren van de Hoge Raad maakten. Het uitblijven van protest tegen het ontslag van hun President Visser en het inzenden van de ariërverklaring vormden het dieptepunt. Dat stond in schril contrast tot de moed van de Raadsheren in het Hof van Leeuwarden, die hun moed om de omstandigheden in kamp Erica in Ommen onaanvaardbaar te verklaren met hun ontslag moesten bekopen. Het spreekt voor zich dat zowel moedige, maar ook minder moedige keuzes een grotere uitwerking hebben als zij worden gemaakt door mensen met een grote maatschappelijk verantwoordelijkheid. Juist van hen wordt een scherp inzicht en bijbehorende moed verwacht. De gevolgen voor getoonde moed waren van hoog tot laag vaak dezelfde. De leerkracht die naar radio Oranje had geluisterd, of de drukker die ’s nachts valse distributiebonnen drukte, kwam evenzeer in het Oranjehotel terecht als de hoogleraar Telders die, ook aan de Hoge Raad overigens, zijn verzet tegen de ariërverklaring luid en duidelijk verkondigde. Ik kom op Telders later nog terug.

 

Ik had het over moedige beslissingen. Daartegenover staan de pertinente verkeerde beslissingen. Maar velen kozen ook niet nadrukkelijk. Maar ook dat is een individuele beslissing die zich moeilijk laat generaliseren. Soms heel begrijpelijk. De drang om te overleven, voor je gezin te kunnen blijven zorgen is een begrijpelijke keuze. Zeker is wel dat mensen in een oorlogs- of bezettings-situatie voor lastige dilemma’s worden geplaatst. Dat verklaart keuzes die wel als laf zijn bestempeld. Maar die dilemma’s vormen nooit een rechtvaardiging voor een apert verkeerde keuze. Niet voor de politieman die gewelddadig ondervraagt, de gevangenbewaarder of gevangenisdirecteur die een brutaal schrikbewind voert of voor de burger die, soms voor geldelijk gewin, zijn joodse medeburgers verraadt en aan geweld overlevert. Zij kunnen zich niet achter de oorlogssituatie verbergen, zij zijn niet door het dilemma klem gezet, met zichzelf in de knoop gekomen. Zij hebben de situatie uitgebuit, hebben in de oorlogssituatie hun kans schoon gezien hun sadisme, hun grenzeloze ambities of hun racistische neigingen bot te vieren.

 

Het was de oorlogssituatie die noopte tot keuzes. De bibliothecaris die de aantekeningen van Boellaard naar buiten smokkelde, een moedige keuze, zou onder normale omstandigheden niet hebben hoeven kiezen. Rechters zouden zonder oorlog niet voor het dilemma zijn geplaatst of zij er juist beter aan deden ontslag te nemen of dat zij het vaderland zouden dienen door wel door te gaan met recht spreken en vervolgens hoe zij dat dan zouden moeten doen. Of je nu onderduikers hielp of juist aangaf, beide keuzes worden gemaakt in een oorlogssituatie waarin er onderduikers zijn. Blijf ik trouw aan elementaire beginselen van menselijkheid, ben ik trouw aan wat mijn morele kompas moet zijn? Kom ik in verzet, fysiek of intellectueel, tegen het onrecht, blijf ik ietwat onzichtbaar neutraal of heul ik met de bezetter en zijn onrecht? Die keuzes golden overigens ook voor de Duitse burger. Sloot hij zijn ogen bewust voor het onrecht dat zich aan zijn netvlies opdrong, hield hij zich als soldaat aan de regels van het oorlogsrecht of gaf hij zich over aan het begaan van oorlogsmisdrijven of gaf hij zijn eigen morele oordeel prijs en liet hij zich uit morele gemakzucht in slaap sussen door het adagium Befehl ist Befehl? Beschouwde hij verzet tegen de “onrechtsorde” (tegenovergestelde van rechtsorde) ten onrechte als verraad?

 

Maar wie beslist dan dat er oorlog is? Wie wordt daarvoor ter verantwoording geroepen? Voor het in het leven roepen van een situatie waarin mensen gedwongen worden tot keuzes die zij in vredestijd niet hoefden te maken. Keuzes die vaak moedig en goed waren –daarvoor zijn wij hier bij elkaar- maar evengoed keuzes die flets waren, laf waren of notoir verkeerd waren. Wie geeft het sein tot die oorlog en kan hij daarvoor ook vervolgd en berecht worden. Of worden alleen de uitvoerders, de Eichmannen die het systeem handhaafden, de Mentens die zich beestachtig gedroegen, bestraft voor hun gruweldaden.

 

Ik ga zo verder op die vraag in, maar neem U eerst mee terug naar Prof Telders, Benjamin Marius Telders, hij die er bij de Hoge Raad op aandrong dat deze het goede voorbeeld zou geven door de ariërverklaring te weigeren. U kent hem vast van de naar hem vernoemde B.M.Teldersweg en de Teldersstichting. Als gevolg van zijn opstelling werd hij op 18 december 1940 gearresteerd. Zijn lijdensweg bracht hem via Buchenwald, Vught en Sachsenhausen naar Bergen Belsen, waar hij 9 dagen voor de bevrijding van dat kamp door de Engelsen overleed.

Ben Telders was jurist. En een liberaal politicus. Maar Telders was ook ietwat naïef. Hij ging er aanvankelijk vanuit dat de Nederlandse ambtenaren onder de Duitse bezetter gewoon door konden functioneren. De naïviteit school daarin dat hij aannam dat de Duitsers zich als ‘nette’ bezetters zouden gedragen, in overeenstemming met het Landoorlogreglement, en dus ook nooit iets van de Nederlandse ambtenaren zouden verlangen dat onwettig was. Het rechtsleven kon op aanvaardbare wijze voortgang vinden. Uiteraard kwam hij er zeer snel achter dat de werkelijkheid een heel andere was . Hij roerde zich al snel en koos een opstelling die de Duitse bezetter als verre van welgezind ervoer. Hij schreef de (toen nog niet ontslagen) President van de Hoge Raad Mr L.E. Visser, dat het tijd was halt te maken met het volgen van hetgeen de Bezetter verlangde. Visser werd kort daarop ontslagen. Telders belandde op 18 december in het Oranjehotel.

 

Waarom liet ik U nader met Telders kennismaken toen ik de vraag stelde of zij die kozen een oorlog te beginnen ook ter verantwoording zouden worden geroepen? Omdat Telders zich over die vraag gebogen had. De oratie van Telders als hoogleraar in Leiden, uitgesproken in 1931, droeg als titel: “De Juridieke Waardering van de Oorlog”. Ik roep dat tijdperk nog even op in uw herinnering. Het Verdrag van Versailles, dat een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, voorzag erin dat Keizer Wilhelm II terecht zou moeten staan voor het beginnen van die oorlog. Dat gebeurde uiteindelijk niet, al was het alleen maar omdat Nederland hem niet uitleverde. Tot kort voor 1931 was, aldus Telders, volkenrechtelijk  helemaal geen sprake van een verbod op het beginnen van een oorlog. Eerder was sprake van een recht voor een staat om een oorlog te voeren. Toch ziet Telders in de ontwikkelingen na de Eerste Wereldoorlog aanleiding om aan te nemen dat niet alle oorlogen zomaar toegestaan zijn. Er zijn volgens hem inmiddels ook verboden oorlogen. Maar, zo voegt hij daaraan toe: De verboden oorlog is daarmee nog niet tot misdrijf bestempeld.

 

Wel verboden maar geen misdrijf? En dus niet strafbaar? Voor al het leed toegebracht door onrechtmatige gevangenneming, door moord, door onmenselijke behandeling, door marteling -kortom door het hele gamma van misdrijven dat wij uit het Oranjehotel kennen- kunnen wij de individuele daders vervolgen. Het zijn oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid of daden van genocide. Maar voor de keuze door de hoogste politieke of militaire machthebber om een aanvalsoorlog te voeren, een oorlog waarin al die juist genoemde misdrijven gepleegd worden, zou berechting niet mogelijk zijn?

 

De betekenis van de moreel hoogstaande keuzes van de bewoners van het Oranjehotel mag niet onderschat worden. Toch zou het beter zijn geweest als zij nooit voor een dergelijke keuze zouden zijn gesteld. Wat is er niet aan potentie verloren gegaan, wat had er niet geschreven, gebouwd, genezen en handel gedreven kunnen worden, welk lijden had vermeden kunnen worden als de schrijvers, de bouwers, de artsen en de handelaren in een vrije maatschappij met hun medeburgers hadden kunnen functioneren en zij niet voor  keuzes waren geplaats die hen uiteindelijk in het Oranjehotel bracht of, voor de meesten, anderszins hun leven ontwrichtte. De aansprakelijkheid voor het aangaan van een aanvalsoorlog is minstens zo belangrijk als de aansprakelijkheid voor rechteloos geweld binnen die oorlog.

 

De vraag naar de strafbaarheid naar het beginnen van een oorlog is de gemoederen blijven bezighouden. In Tokyo, waar de Nederlands rechter Röling –later polemoloog- een zeer uitgesproken opvatting over het vraagstuk had, en in Neurenberg zijn de Nazi en Japanse kopstukken wel bestraft voor het voeren van een agressieve oorlog. Telders heeft het niet meer meegemaakt dat een verboden oorlog ook strafbaar werd geoordeeld. Toch werd het daarna stil. Vele oorlogen zijn begonnen gevoerd maar de strafbaarheid van de aanvalsoorlog bleef een moeizaam thema.

 

Hoe is de stand van zaken vandaag? Kan hij die de ellende van een oorlog oproept, waarin zo vaak naast het wapengeweld ook marteling, moord gevangenschap aan de orde van de dag zijn, vandaag ook ter verantwoording worden geroepen voor de keuze die hij daartoe maakte? Of blijft het een kwestie tussen staten waarin de individuele aansprakelijkheid van die ene persoon verdwijnt achter het instituut, de staat.

 

Ik verwees eerder naar oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide, waarvoor in veel van de huidige internationale gerechten verdachten worden vervolgd en berecht. Maar in dit huis, het Internationale Strafhof, gaat het om meer, ook over het beginnen van die aanvalsoorlog. In het Statuut van Rome –waarbij het Strafhof is opgericht- is bepaald dat agressie een misdrijf is dat hier berecht kan worden. In beginsel althans. Eerst moest de agressie nog precies omschreven worden. Die hobbel is in 2010 op een conferentie in Kampala genomen. Daarnaast moesten op zijn minst 30 staten akkoord gaan met die definitie agressiebepaling. Ook die hobbel is inmiddels genomen. Nederland zette die stap juist een jaar geleden. Nu is nog nodig dat de staten die partij zijn bij het Internationale Strafhof die regel ook in werking zetten. Die kwestie is geagendeerd voor december van dit jaar. We zijn er dus nog niet en de laatste hobbel zou wel eens de moeilijkste kunnen zijn. Maar ook als die genomen is, zal de vervolging en berechting van het agressiemisdrijf nog aan allerlei beperkingen onderhevig zijn.

 

Op een steenworp afstand van de plek waar we nu zijn vond het onrecht plaats.  Zij die geëxecuteerd zouden worden kwamen langs deze plek. Op deze zelfde plek staan nu ook zij die van recente oorlogsgruwelen worden verdacht terecht. Zij moeten zich verantwoorden voor de individuele keuzes die zij maakten. In dit Internationale Strafhof worden ook de vervolgstappen gezet die ertoe moeten leiden dat ook aanstichters van oorlogen ter verantwoording worden geroepen voor de hoogstpersoonlijke keuze die zij maakten.

Ik vroeg mij in het begin af of er een inhoudelijke brug bestond tussen de plaats van het Oranjehotel en deze plek, of deze zelfs verbonden waren. Zij zijn complementair in het levend houden van de herinneringen. Het benoemen van daders nu, en dat gebeurt hier, geeft nadere invulling aan het beeld van het onrecht, dat wij levend willen houden. Wij willen het beeld van toen, van 40-45, vasthouden. De nieuwe slachtoffers houden zich vast aan wat er in dit huis gedaan wordt. De bestraffing voegt een dimensie toe aan de herinnering. In dit huis wordt ook verder gewerkt aan het bouwwerk van de internationale strafrechtspleging die met de berechting van het misdrijf van de aanvalsoorlog hopelijk binnenkort een nieuwe verdieping heeft. Dit massieve gebouw is symbolisch te zien als een postuum obstakel, in 2016 opgericht op de weg die velen naar hun dood op de Waalsdorpervlakte leidde.

 

-0-0-0-0-0-0-0-

 

 

Onze dank gaat uit naar:

 

  • De heer H. von Hebel, griffier van het Internationaal Strafhof
  • Sprekers: Jorieke Akkerman en de heer A. Orie.
  • Muzikale omlijsting: Tanja Trede en Dorine Schade
  • Koninklijke Politiekapel Haaglanden
  • Personeel van het Internationaal Strafhof
  • Scoutinggroep St. Joris, Den Haag
  • Het Nederlandse Rode Kruis, afdeling Den Haag
  • Het Erepeloton Waalsdorp.
  • Penitentiaire Inrichting Haaglanden
  • Adoptieschool, Maris College Den Haag

 

 

 


 

 

De musici van het Residentieorkest

 

Tanja Trede, altvioliste; volgde conservatorium in Freiburg en Saarbrucken; speelde in radiokamerorkesten in Freiburg en Frankfurt en bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Is sinds 1999 lid van het Residentieorkest en enkele ensembles o.a. het Residence Bach Ensemble

 

Dorine Schade, fluitiste; studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in den Haag bij Frans Vester; speelde in verschillende orkesten en is vanaf 1992 lid van het Residentieorkest en van enkele ensembles o.a. de Amsterdamse Bachsolisten en het Residentie Bach orkest.

 

 

Praktische Zaken

 

 

Na afloop van deze bijeenkomst  bent u van harte welkom bij de ontmoeting (koffie en broodjes) in het restaurant achter deze zaal.

 

Na de ontmoeting kunt u de Waalsdorpervlakte bezoeken. Dat kan ook aansluitend aan deze herdenking. In dat geval kunt u echter niet meer naar de ontmoeting, omdat u dan het terrein van het gevangeniscomplex niet meer op kunt. Het Internationaal Strafhof heeft pendelbusjes beschikbaar gesteld

 

 

Routebeschrijving Waalsdorpervlakte

 

  • Verlaat de parkeerplaats van ICC en sla links af.
  • Sla dan bij de verkeerslichten links af naar de Oude Waalsdorperweg.
  • Neem op de rotonde de derde afslag.
  • Na ongeveer 50 meter op de T-kruising links aanhouden en de weg volgen naar het parkeerterrein.

 

Vanaf deze parkeerplaats kunt u gebruik maken van een personenbusje van de Vereniging Erepeloton Waalsdorp, dat u naar de gedenkplaats op de Waalsdorpervlakte zal brengen.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volg ons via Facebook

 

of bezoek voor meer informatie onze website: www.oranjehotel.org

 

 

 

De Stichting Oranjehotel is erkend als Culturele Algemeen Nut Beogende Instelling

 

 

 

 

 

 

Onze activiteiten worden mede mogelijk gemaakt door het vfonds.