Johan de Witt College
Grafisch & Creatief

 

Verslag van de herdenking van het Oranjehotel

Op zaterdag 4 october gingen ik en een paar kinderen uit mijn klas naar een herdenking en ook nog meneer Schuil en een paar kinderen uit de 2de en 3de. Die dag ervoor (op vrijdag) hadden we alles doorgenomen en zou iedereen om kwart over tien (10:15) op het schoolplein zijn. Op zaterdag fietsten ik en Daan naar school en daar stonden mr. Schuil en de kinderen uit de 2de al te wachten. Om kwart over tien gingen we naar de gevangenis. Een jongen uit de 3de had nog een vriend en vriendin meegenomen. Toen we daar aankwamen ging meneer Schuil met een man die daar stond praten en hij zei onze namen (die van Martijn en ik), want wij mochten de krans van het JWC neerleggen. Ik was wel blij, want het is wel een hele eer als je dat mag doen en ik was er best trots op. We liepen toen door het poortje naar binnen. Overal was veel bewaking en er zat een hele dikke muur omheen. We liepen door een gang en we mochten onze jas ophangen. Toen liepen we door nog een gang en na een tijdje waren we in een hele grote zaal wat de gymzaal voor de gevangenen was. Daar mocht je gaan zitten en op de stoel lag een programma. Er stond ook het wilhelmus in en de toespraak van meneer Wellenstein. We gingen zitten en sommigen bladerden het progamma door. We moesten een hele tijd wachten en soms kwamen er een paar mensen binnen. Terwijl we wachtten was er ook muziek. Na een tijdje kwam een man het podium op (Het leek op een podium, vond ik). Hij was de voorzitter van het Oranjehotel en hield een kleine toespraak. Daarna kwam er een andere meneer op en dat was menneer Wellenstein. Hij hield ook een toespraak en dat ging over zijn tijd in de gevangenis, want hij had daar ook in gezeten. Dat was best interessant, maar omdat hij al wat ouder is duurde het een beetje lang, maar het was echt heel goed, alleen vond ik wel dat er een paar moeilijke woorden in zaten. En toen was er ook nog een fluitspel van mevrouw C.J.A. van der Meulen-Lampe. Dat was erg mooi en goed gespeeld. En daarna was het even stil. Volgens mij dachten de mensen dan aan de mensen uit de oorlog. En toen ging iedereen staan en begon de muziek van het wilhelmus en begon iedereen te zingen. Maar dat kon je niet echt horen, want de muziek was heel hard.

De tekst van het Wilhelmus:

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ik van duitsen bloed,
Den vaderland getrouwe
Blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
Ben ik vrij onverveerd
Den koning van Hispanje
Heb ik altijd geëerd

Mijn schild ende betrouwen
Zijt Gij, o God, Mijn Heer !
Op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer !
Dat ik toch vroom mag blijven,
Uw dienaar te aller stond,
De tirannie verdrijven
Die mijn hart doorwondt.
 

Toen ging iedereen weer zitten. Er liep toen een meneer op het podium die namen zei van de mensen die de kransen mochten brengen. Op een gegeven moment zei hij: ’’En nieuw dit keer is het Johan de Witt College en 2 leerlingen zullen ook een krans leggen. Nynke Verhulst en Martijn Zwennes. Waar zijn zij’’. Ik weet niet meer precies wat hij zei, maar het leek hier wel op. Ik en Martijn stonden op en liepen een klein stukje naar voren en bleven in het gangpad staan. Bijna iedereen keek ons aan. Ik werd volgens mij wel rood, maar dat weet ik niet. Toen wenkte de meneer (die onze namen had geroepen) ons om door te lopen. En toen we daar waren kwam er een meisje van de scouting (elke keer liep er iemand van de scouting mee en hij/zij droeg de krans). Ze had een krans vast en wij moesten achter haar aan lopen en dat deden we. Bij een deur moesten we even wachten en daarna konden we doorlopen. Het stukje dat we moesten lopen was niet ver, maar we moesten de hele tijd even stoppen en dan weer een stukje lopen en dan weer stoppen enz. en dan duurt lijkt het stukje veel langer. Eén keer toen we langs een cel liepen hoorde ik heel raar gehoest en toen schrok ik wel even. Toen we bij de cel waren heb ik de binnenkant niet gezien. We legden de krans op de grond neer voor de cel nadat we de krans van het meisje van de scouting hadden gekregen. Toen liepen we nog een stukje verder en toen stonden we bij de kapstokken waar we aan het begin onze jas hadden gehangen. We (Martijn en ik) gingen daar wachten tot de rest van de groep kwam. We stonden daar 20 minuten en toen trokken we onze jassen maar aan. We hadden nog een kwartier staan wachten en toen kwam de rest eindelijk. Ik heb ook gezien hoe ze de gevangenen te eten gingen geven. Ze  kregen een klein pakje drinken en een schotel, maar ik weet niet wat daarin zat. En de agenten gaven het door de deur en niet door zo’n luikje, waarvan ik dacht dat ze dat altijd deden. Nadat iedereen haar/zijn jas aan had getrokken liepen we naar buiten. Een paar kinderen wilden of moesten naar huis, maar de rest ging mee naar het ‘’Europa hotel’’. Daar hebben we wat gedronken en koekjes gegeten en toen was het al half 2 en wilden de meeste kinderen wel terug. Dus liepen we terug naar school en pakten onze fiets, alleen meneer Schuil ging met de auto en ook iemand met de tram. Ik fietste door de regen naar huis, maar daar had ik geen last van. Ik vond het heel leuk en ik ben blij dat ik erheen ben geweest en ik raad andere kinderen aan er ook eens heen te gaan. Ik heb er nu namelijk een heel goed gevoel over en het voelt goed als je weet dat je iets goeds gedaan hebt. Ik tenminste. Je kunt van zoiets veel leren, hoor. Af en toe duurt het wat langer, maar dat moet je er voor over hebben. En misschien mag jij de volgende keer wel een krans leggen.

 

Nynke Verhulst, 1-HAVO