Johan de Witt College
Grafisch & Creatief

 

Verslag van de herdenking van het Oranjehotel

Wij zijn naar op 04 - 10 - 03 naar de herdenking geweest van de stichting ''Oranje Hotel''. Er is niet veel gedaan maar meer gezegd. Hier komt het.

Wij kwamen aan op school en verzamelden.
We hebben op iedereen staan wachten.
Toen om half elf was iedereen er en vertrokken we.
Het was best een stuk lopen, maar we hebben er denk ik een kwartiertje over gedaan.
Toen we aankwamen gingen we meteen naar binnen.
We liepen langs wat padvinders in de gang en hingen onze jassen op.
Toen kwamen we in een grote zaal aan.
We zijn toen gaan zitten, en hebben een beetje geluisterd naar de muziek.
Toen de muziek was afgelopen kwam de voorzitter van de stichting (De Heer D. Dolman) op.
Hij hield een speech over een psalm dat werd gezongen door de 18 strijders die onder het poortje door liepen en naar de Waalsdorpsevlakte liepen...
Daar waar zij de dood vonden.

De Psalm ging zo:  

Dan ga ik op tot Gods altaren
tot God, mijn God de bron van vreugd;
dan zal ik juichend stem en snaren
tot roem van zijne goedheid paren
die na kortstondig ongeneugt
mij eindeloos verheugt...  

Hij ging daarna door met de veranderingen die in de laatste 62 jaar zijn geweest.
Zoals: de verhonderdvoudiging van het Islamitische geloof, de Christelijke vermindering van het geloof, en hoe sterk de Joodse bevolkingsgroepen zijn gedecimeerd. 

Er kwam daarna een Herdenkingsrede, uitgesproken door:
De Heer E.P. Wellenstein, Oudgevangene van het hotel.
Hij vertelde wat er allemaal gebeurde in die tijd, en wat hij mee had gemaakt.
Hij vertelde over zijn celgenoot, en hoe die de dood vond.
En dingen zoals zij in die tijd gaten in de muur maakten en daardoor de meest rare roddels hoorden, een voorbeeld was dat de Duitsers een grote nederlaag ondervonden, en dat de Japanners uit de Indische archipel terug werden gedreven.
Aldus: een groot geruchten-circus.

Toen hij afging ging de heer Dolman weer aan het woord.
Hij vertelde over hoe we de doodencel 601 gingen herdenken.
Allerlei organisaties en verenigingen zouden een krans gaan neerleggen bij de bewaarde cel.
Toen het Johan De Witt College werd genoemd moesten Nienke en Martijn naar voren komen om de krans in ontvangst te nemen.
Toen alle kransen waren meegenomen en neergelegd, werd er een soort stille tocht gehouden.
Kerkklokken die luidden, maar geen echte stilte.
Stilte is denk ik ook niet echt aangelegd voor kinderen.
Maar wij waren niet de enige die een beetje fluisterden, er waren ook ouderen die praatten hoor.

We kwamen aan bij de Doodencel.
Hij was grijs.
Er was op de muren gekrast.
Die teksten kun je wel weer terugvinden op de officiële site.
Er lagen ook een paar Doodenboeken, daar stonden alle strijders die of gestorven waren in het hotel of op de Waalsdorpse vlakte gefusilleerd waren.

Er werd gezegd dat de kleur grijs niet echt bij de cel paste.
Ik vond van wel, het is trouwens een sombere herinnering.
Maar dat is mijn mening.
Maar een ding vind ik wel:
In deze bajes ZAT geen gajes
Maar Hollands glorie, potverdorie...

Dit was mijn verslag.


Robbin Vieselman, 1-HAVO