Herdenking 2005
De herdenking van het jaar 2005 werd gehouden op zaterdag 1 oktober. Tijdens de herdenking werd na het openingswoord door dr. D. Dolman de herdenkingsrede uitgesproken door
de heer J.P. Eusman
oud-gevangene van het Oranjehotel. De tekst van het openingswoord door de voorzitter van de Stichting Oranjehotel en de herdenkingsrede van dhr. Eusman is hieronder weergegeven.
| Na afloop van de herdenking werd het fotoboekje Oranjehotel 1940-2005 uitgereikt, uitgebracht door de Stichting Oranjehotel ter gelegenheid van de zestigste herdenking. |
![]() |
|
Beste
Vrienden Dit
voorjaar verscheen een opmerkelijk kort bericht in de kranten: volgens
het Centraal Bureau voor de Statistiek was april de eerste maand in meer
dan honderd jaar dat de Nederlandse bevolking niet groeide. Er
is naar aanleiding daarvan veel te zeggen. Ik beperk me nu tot de
observatie dat niet alleen tijdens de Spaanse griepgolf van 1918, maar
ook in de gehele Tweede Wereldoorlog de aanwas won van de aanslag.
Amsterdam en een enkele kleinere gemeente bleven verweesd, elders ging
de procreatie betrekkelijk ongestoord door. Sedert
enige tijd voeren wij een discussie over het relatieve belang van
onderdrukking, vervolging en verzet, zeg maar de verhouding tussen
oranje en grijs. Het is goed de feiten te kennen en te wegen, inzicht te
stellen boven mythe. Maar
deze opheldering mag niet verduisteren dat de geschiedenis meestal wordt
gemaakt en gewijd door minderheden. Zij die vielen, voor wie - met deze
woorden - na de bevrijding duizenden eretekenen werden opgericht,
ontleenden hun betekenis niet aan het getal maar aan het gedrag: een
voor een en vereend. Vereend
in vaderlandse en menselijke motieven. Een voor een met bijzondere
daden, offers, lotgevallen. Een vrije samenleving is superieur aan de
totalitaire staat omdat haar burgers niet gelijk zijn, niet moeten
voldoen aan een sjabloon, geen geur van olympische heiligheid behoeven. De
zachte krachten hebben gewonnen in 't eind. Zij waren sterk terwijl zij
zich niet overschatten en overschreeuwden.
Dit
voorjaar brachten de kranten ook een ander bericht dat aandacht trok,
over het einde van de man wiens bekendste gedicht ons zo dierbaar is. De
precieze toedracht zal wellicht nooit blijken. Zoveel is wel zeker, dat
hij, ook in de oorlog, geen heilige was. Maar
deze constatering raakt niet de kern van de zaak. Het verzet bestond
niet uit smetteloze Herren. Wij
denken en danken de strijders voor wat zij, ondanks tegenwerking, deden;
voor wat zij, ondanks afleiding, beoogden; voor wat zij, ondanks
zwakheid, offerden. Met
te meer begrip zullen wij voortaan zeggen:
Zo
ik heb gefaald
De herdenkingsrede, door
In
de nachtelijke uren van de 9de op de 10de mei 1940
vielen Duitse troepen Nederland binnen en na 5 dagen strijd werd op
woensdagmorgen 15 mei in Rijsoord de capitulatieovereenkomst van het
Nederlandse leger getekend. Het Nederlandse volk was ontredderd en
reageerde verward. Angst overheerste voor wat zou komen. Nu
heeft elke verzetsstrijder en -strijdster zijn/haar eigen verzetsverleden. Ik zal u vandaag het mijne
vertellen. Oorspronkelijk
meende ik mijn krachten het beste te kunnen geven vanuit Engeland.
Daarom zocht ik mogelijkheden om daar te komen. In juli 1940 zou een
boot ons (mij en nog twee andere jongens) ophalen. Wij hebben tevergeefs
gewacht op de boot, die, naar achteraf bleek, door de Duitsers was geënterd. Ik
werd overgedragen aan mijn Sachbearbeiter: SS-Oberscharführer Makowski
en de bewaker Kotälla. Alles in de houding en na grondige fouillering
met de neuzen tegen de stenen muur, dat wil zeggen mijn neus en de
neuzen van mijn schoenen. Dat houdt geen mens lang uit. Daarom achtte
Kotälla het noodzakelijk mijn neus nog eens extra stevig tegen de muur
te drukken, zodat ik met een geschonden, bloedende neus in de cel met
“Strenge Einzelhaft” belandde, of zoals men dat tegenwoordig
noemt: als gevangene “met volledige beperking”. 6.30
uur: wekken (Het kan haast niet vroeger voor gevangenen, die niet weten
wat hen die dag te wachten staat) 6.30
– 8.00 uur: schoonmaken van de cellen, wassen, ochtendverzorging Dan
volgen de ge- en verboden, zoals: Voor
wat de inventaris betreft heb ik de herinneringsgeschenken, die wij bij
de eerste herdenkingen van de Stichting Oranjehotel kregen, maar eens
uit de kast gehaald: Vervolgens
gaat het licht uit. Je kan niet anders dan op het bed gaan liggen en
maar denken, want er gaat heel veel door je heen! De
volgende dag “op transport” voor verhoor. In welk gebouw dat weet ik
niet meer. Dat dagelijks verhoor zou ik willen noemen: het spel tussen
kat en muis, waarbij je je voortdurend afvroeg wat ze wel van mij en
wat ze niet van mij weten. Alles ontkennen had geen enkele zin, maar
meer vertellen dan je ondervragers wisten, hoefde ook niet. Als
jonge man van 21 jaar kan je dat wel even volhouden, maar de uitputting
komt eerder dan je verwacht. Door dit alles voelde je je diep vernederd
en onzeker. Na
de verhoren kwam ik wat tot rust. Mijn gedachten gaan terug naar de
momenten dat ik even de cel uit mocht voor het laten legen van de Kübel,
het eens in de week douchen, het luchten op één van de binnenplaatsen,
waar je onder leiding van een medegevangene gymnastiek deed en je de
mogelijkheid zocht om berichten met medegevangenen uit te wisselen. “Wat
de toekomst brengen moge, Op
zeker moment kregen wij, de aangeklaagden van Vrij Nederland, die hier
in het Oranjehotel zaten, een Anklageschrift, waarin stond dat wij voor
moesten komen voor het
Marinegericht. Grote schrik, want het proces tegen de Geuzen was nog
maar kort achter de rug en door het Feldgericht waren over onze
geuzenvrienden doodvonnissen en tuchthuisstraffen uitgesproken. Op het
laatste moment moesten we niet naar het Marinegericht, maar naar het
Deutsche Obergericht, als Sondergericht in het gebouw van de Hoge Raad.
Het proces was over enkele weken verdeeld met steeds 12 à 13 man
tegelijk voor de rechter. In legerwagens werden wij naar de Hoge Raad
gebracht. Tot onze verrassing hadden veel familieleden, gewaarschuwd
door de advocaten die ons verdedigden, zich voor de Hoge Raad verzameld
en mochten zelfs mee de rechtszaal in. Alleen SS’ers zaten
tussen ons en de familieleden in. Er waren drie rechters. De
Oberstaatsanwalt was rechter dr. Randermann, een breedgeschouderde,
kaalhoofdige man. Hij bracht de Hitlergroet en opende in naam van het
recht de zitting. De verhoren en de verdedigingen van de advocaten
duurden uren. De aanklager, Rebmann
heette hij, hekelde in soms denigrerende en hatelijke
bewoordingen wat wij gedaan hadden. Zelf
werd ik veroordeeld tot twee jaar wegens Deutschfeindlicher Kundgebung. Terug
in de cel: aan de ene kant blij dat je wist waar je aan toe was en dat
je het er hopelijk levend vanaf zou brengen, maar aan de andere kant
bevreesd voor wat je in Duitsland te wachten stond. Over
hoe wij in Duitsland behandeld zijn, zwijg ik liever, maar u zult
begrijpen, dat daar veel geleden is. Op
8 juli 1943 kwam ik weer thuis. Al spoedig ontmoette ik weer mijn
vrienden, die nog vrij waren. Ik kon het niet laten en sloot mij weer
bij hen aan. De
kogel in mijn linkeroor zit er nog steeds. En zo heeft elke verzetsstrijder en -strijdster zijn/haar eigen verhaal. Wat hen ondanks de ideologische verschillen bond, was de strijd tegen het onrecht van de Duitse bezetter. Die strijd ging om het herkrijgen van ons aller vrijheid! Het
was: Die
vrijheid moest dus bevochten worden. Wij
zijn vandaag hier in het Oranjehotel voor de zestigste keer bijeen. In
deze herdenkingsrede heb ik u iets mogen vertellen over mijn leven als
verzetsdeelnemer, gearresteerd na mijn eerste verzetswerk en ingesloten
hier in dit Oranjehotel. Elke
avond als wij gingen slapen Elke
morgen als wij wakker werden En
ik zeg je: nu nog elke avond
En
ik zeg het nog elke morgen
|