Laurie Heskes

 

 

Het Oranjehotel

                                        

Het was zaterdag 30 september 2006.

Toen ik en Precilla om 10.00 uur bij school aan kwamen, stond dhr. Schuil met een paar kinderen al te wachten. Toen iedereen er was zijn we lopend naar de gevangenis gegaan. Eenmaal bij de gevangenis aangekomen   stonden er politie en scouting kinderen ons op te wachten. We moesten door een klein poortje naar binnen. Eenmaal binnen gekomen, werden onder begeleiding naar de gymzaal gebracht. Er zaten al heel veel mensen in de zaal. Wij moesten ook gaan zitten. We zaten vooraan. Ik zat naast Precilla en naast een meisje uit de eerste. Op mijn stoel lag een programmaboekje, hierin stond precies wat er ging gebeuren. Als eerste kwam dr. D. Dolman, voorzitter van de Stichting Oranjehotel, aan het woord. Hij vertelde in het kort de geschiedenis van het Oranjehotel. Hierna kwam de heer W.H. de Beaufort aan het woord. Hij vertelde, dat toen hij eenmaal met pensioen was gegaan hij de tijd nam om oude familie-foto’s opnieuw te bekijken en  te sorteren. Daar kwam hij foto’s tegen van zijn Familie in de tweede wereldoorlog. Er kwamen vragen bij hem op. Hoe hebben ze het overleefd? Hoe erg was het om in de gevangenis te zitten? Hij vertelde zijn persoonlijke achtergrond. Hoe zijn familie de oorlog heeft mee gemaakt. Ik vond het een interessant verhaal. Hierna volgde twee minuten stilte en werd het volkslied gezongen. Na het zingen van het volkslied, werden twee van onze leerlingen naar voren geroepen. Zij mochten als eerste een bloemstuk bij de toenmalige dodencel no. 601 neerleggen. Toen alle mensen met bloemstukken waren geweest, mochten we er achteraan lopen. Wij liepen vooraan in de rij toen kwamen we langs de dodencel no. 601. Deze keer kon ik de binnenkant van de cel heel goed zien. Ik zag een bed, een tafeltje en de bijbel.

Vervolgens gingen we met z’n allen naar het Europahotel, om onder het genot van een hapje en een drankje over het gebeuren van die ochtend wat na te praten. Het was gezellig. Na een tijdje ging ik naar huis en eenmaal thuis gekomen vertelde ik wat ik had meegemaakt en wat ik van deze bijzondere ochtend heb geleerd.  

Ik vond het leuker dan de vorige keer omdat, er waren meer kinderen mee, we zaten bijna helemaal vooraan waardoor  je alles goed kon zien en we hoefden niet zo lang in de rij te staan en daardoor heb ik de dodencel no. 601 goed kunnen zien.