Het geluidsbestand (7 megabyte) wordt geladen. Dit kan even duren.

 

 


Openingswoord

mevr. E.J. Mulock Houwer, voorzitter van de Stichting “Oranjehotel”

 

Dames en heren, graag heet ik u van harte welkom namens het bestuur van Stichting Oranjehotel. U ziet hier een nieuwe voorzitter die, evenals de andere bestuursleden, een persoonlijke betrokkenheid heeft bij de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader is gefusilleerd in 1944 en mijn schoonvader zat enkele maanden in het Oranjehotel en bracht vervolgens bijna 3 jaar in Duitse concentratiekampen door.

Dit is de 63e herdenking, de eerste was immers in 1946, en opnieuw zijn hier veel mensen aanwezig: naast enkele oud-gevangenen, nabestaanden en anderen die persoonlijk of functioneel betrokken zijn bij de betekenis van de Tweede Wereldoorlog.
Waarom herdenken en hoelang nog? Op een Brabants verzetsmonument las ik deze zomer: ”alles is vergeefs geweest als wij vergeten”. Daar gaat het om. Herdenken is ook nadenken. Nadenken over antwoorden en dat is vaak niet eenvoudig. Waarom hebben verzetsmensen gedaan wat ze, met gevaar voor eigen leven, hebben gedaan? Wat zou ik zelf doen in dergelijke omstandigheden? “Bedenk dat wat gisteren bedreigd werd, heden en morgen opnieuw in gevaar kan verkeren. Bescherm het en wees waakzaam” schreef Henk van Randwijk kort na de oorlog in Vrij Nederland. Maar hoe doe je dat “waakzaam zijn” in een relatief vrij en veilig land waar hoe langer hoe minder mensen zelf onvrijheid hebben meegemaakt?
De vanzelfsprekendheid van vrijheid voor de naoorlogse generaties brengt een zeker risico mee. Want wie vrijheid als vanzelfsprekendheid ervaart, zal de voorwaarden voor die vrijheid algauw verwaarlozen, merkte minister Piet Hein Donner onlangs op. In onze samenleving denken veel mensen vooral aan zichzelf, maar vrijheid “maak je met elkaar”. Vooral in conflictsituaties gaat het erom hoe je met andere mensen en staten omgaat. Domineert dan het recht van de sterkste, de machtspositie of weten we vast te houden aan algemene beginselen?

Precies 60 jaar geleden werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vastgesteld met als kern, ik citeer: ”Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is (…) In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap”.
Idealistisch geformuleerd maar als opdracht nog steeds van kracht. Als we niet vasthouden aan de rechtsbeginselen die zijn vervat in deze Verklaring wordt vrijheid algauw bedreigd.

De Duitse sociaal wetenschapper Harald Welzer behandelt in zijn boek ”Daders” de vraag hoe zoveel mensen zich tot mishandelaars en massamoordenaars konden ontpoppen, niet alleen in Hitler-Duitsland maar ook in Rwanda en Bosnië. Hij laat zien dat gewone mensen onder omstandigheden genocide kunnen plegen. De bereidwilligheid om te doden kan worden aangeleerd. Het denken in abstracte begrippen als “de vijand”, het “Jodendom” of “de moslims” speelt daarbij een belangrijke rol. Wat leert dit beangstigend inzicht ons?
In de eerste plaats dat we moeten blijven geloven in het uitzonderlijk belang van vrijheid en recht en dat deze niet vanzelfsprekend zijn maar moeten worden geleerd en bewaakt. Voorts dat het onderwijs meer gericht zou moeten worden op de vorming van weerbare burgers en op het belang van de democratische rechtsstaat, dus gericht op versterking van eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Meer dan tot nu toe zullen we dat moeten overdragen.

Het is dan ook verheugend -en wellicht geen toeval- dat juist vandaag de publiekscampagne ”de Week voor de Democratie” is gestart. Voorts wil ik in dit verband graag verwijzen naar een groot TV-voorlichtingsproject over de Tweede Wereldoorlog. Ook dergelijke activiteiten kunnen een bijdrage leveren aan bewustwording en aan het overdragen van het gedachtengoed van Vrijheid en Democratie.

Naast het stilstaan bij het objectieve en universele belang van onze grondrechten is er de meer subjectieve beleving van verzet en onvrijheid van diegenen die hier in het Oranjehotel terecht kwamen. Daarom is dit jaar gekozen voor een overdenking, gebaseerd op een ooggetuigenverslag van de bekende dominee Gerrit Bos, verwoord door zijn zoon Wim Bos. De omlijsting wordt geboden door de muziek van de Politiekapel Haaglanden en door 2 gedichten, gekozen en voorgedragen door Minka Kaszó.