Het geluidsbestand (7 megabyte) wordt geladen. Dit kan even duren.
|
mevr. E.J. Mulock Houwer, voorzitter van de Stichting “Oranjehotel”
Dames en heren, graag heet ik u van harte welkom namens het bestuur van Stichting Oranjehotel. U ziet hier een nieuwe voorzitter die, evenals de andere bestuursleden, een persoonlijke betrokkenheid heeft bij de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader is gefusilleerd in 1944 en mijn schoonvader zat enkele maanden in het Oranjehotel en bracht vervolgens bijna 3 jaar in Duitse concentratiekampen door.
Dit is de 63e herdenking,
de eerste was immers in 1946, en opnieuw zijn hier veel mensen aanwezig:
naast enkele oud-gevangenen, nabestaanden en anderen die persoonlijk of
functioneel betrokken zijn bij de betekenis van de Tweede Wereldoorlog.
Precies 60 jaar geleden werd de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens vastgesteld met als kern, ik citeer:
”Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije
en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is (…) In
de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts
onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en
wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging
van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de
gerechtvaardigde eisen van moraliteit, de openbare orde en het algemeen
welzijn in een democratische gemeenschap”.
De Duitse sociaal wetenschapper Harald Welzer
behandelt in zijn boek ”Daders” de vraag hoe zoveel mensen zich tot
mishandelaars en massamoordenaars konden ontpoppen, niet alleen in
Hitler-Duitsland maar ook in Rwanda en Bosnië. Hij laat zien dat gewone
mensen onder omstandigheden genocide kunnen plegen. De bereidwilligheid om
te doden kan worden aangeleerd. Het denken in abstracte begrippen als “de
vijand”, het “Jodendom” of “de moslims” speelt daarbij een belangrijke
rol. Wat leert dit beangstigend inzicht ons? Het is dan ook verheugend -en wellicht geen toeval- dat juist vandaag de publiekscampagne ”de Week voor de Democratie” is gestart. Voorts wil ik in dit verband graag verwijzen naar een groot TV-voorlichtingsproject over de Tweede Wereldoorlog. Ook dergelijke activiteiten kunnen een bijdrage leveren aan bewustwording en aan het overdragen van het gedachtengoed van Vrijheid en Democratie. Naast het stilstaan bij het objectieve en universele belang van onze grondrechten is er de meer subjectieve beleving van verzet en onvrijheid van diegenen die hier in het Oranjehotel terecht kwamen. Daarom is dit jaar gekozen voor een overdenking, gebaseerd op een ooggetuigenverslag van de bekende dominee Gerrit Bos, verwoord door zijn zoon Wim Bos. De omlijsting wordt geboden door de muziek van de Politiekapel Haaglanden en door 2 gedichten, gekozen en voorgedragen door Minka Kaszó.
|