Namenlijst gevangenen

Jan W. Agterkamp

24 december 1907 – 17 november 1941
Jan Agterkamp woonde in september 1941 bij zijn ouders in Steenderen. In de nacht van 7 september hielp hij, samen met zijn broer Gerrit en Bernard Besselink, twee gewonde bemanningsleden van een neergeschoten Britse bommenwerper, Richard Pape en Jock Moir. Met hulp van verzetsmensen in Amsterdam en Leiden werd de terugkeer van Pape en Moir naar Engeland voorbereid, maar door verraad werden Jan Agterkamp en Bernard Besselink op 26 september 1941 gearresteerd en naar het Oranjehotel gebracht. Beiden werden ter dood veroordeeld wegens hulp aan de vijand en op 17 november 1941 gefusilleerd in de duinen bij Bloemendaal. In 1954 onthulde Richard Pape in Steenderen een monument voor Agterkamp en Besselink.

Meer informatie:
artikel Volkskrant 13 november 1996
artikel Volkskrant 20 november 1996

Bron: C. Hulsman, Den Haag

Emma Pieternella Theodora Allers

Geboren 14 januari 1912
Emmy Allers woonde in 1940 bij haar ouders in Den Haag, toen Lodo van Hamel, die als geheim agent vanuit Engeland in Nederland gedropt werd, een zender in hun huis mocht installeren om berichten naar Londen te sturen. Emmy’s verloofde Jan van den Hout werkte hierbij als marconist. Emmy stond tijdens het zenden buiten of in de erker op de uitkijk naar Duitse peilwagens. Na de arrestatie van Van Hamel in oktober 1940 werd ook Emmy Allers gearresteerd, evenals haar vader Jo Allers, haar verloofde Jan van den Hout en haar zus Ida Allers. In een koffer die Van Hamel bij zijn arrestatie bij zich had vonden de Duiters een brief van Emmy aan haar zuster in Indië, die Van Hamel zou doorsturen uit dank aan de familie Allers. Op grond van deze brief werd Emmy Allers veroordeeld tot 6 maanden in het Oranjehotel wegens “belediging van het Duitse volk”. Zie voor meer informatie de pagina’s van Jan van den Hout en Jo Allers.

Bron: C. van den Hout

Francisca Maria Ida Allers

11 april 1920 – 23 januari 2002
Ida Allers woonde in 1940 bij haar ouders in Den Haag, toen Lodo van Hamel, die als geheim agent vanuit Engeland in Nederland gedropt werd, een zender in hun huis mocht installeren om berichten naar Londen te sturen. Na de arrestatie van Van Hamel in oktober 1940 bracht Ida de zender, samen met Jan van den Hout, marconist en verloofde van Ida’s zus Emmy, per trein naar Amsterdam. Korte tijd later  werd Ida Allers gearresteerd in verband met de zaak Van Hamel, evenals haar vader Jo Allers, haar zus Emmy Allers en diens verloofde Jan van den Hout. Ida Allers werd twee maanden vastgehouden in het Oranjehotel. Zie voor meer informatie de pagina’s van Jan van den Hout en Jo Allers.

Bron: C. van den Hout

Johannes Hendricus Karel Allers

18 december 1877 – 12 oktober 1943
Jo Allers stelde in augustus 1940 zijn huis beschikbaar aan Lodo van Hamel, die als geheim agent vanuit Engeland in Nederland gedropt werd, om een zender te installeren en berichten naar Londen te sturen. Na de arrestatie van Van Hamel in oktober 1940 werd ook Jo Allers gearresteerd, evenals zijn dochters Emmy en Ida en Emmy’s verloofde Jan van den Hout, die als marconist met Van Hamel had gewerkt. Allers werd tot 10 jaar tuchthuis veroordeeld en naar Duitsland gebracht, waar hij in oktober 1943 door uitputting en gebrek aan medische verzorging in Hameln overleed. Zie voor meer informatie de pagina van Jan van den Hout en Jo Allers.

Bron: C. van den Hout

August Theodorus van Batum

2 juli 1899 – 24 juli 1942
Aan Guus van Batum is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij was machinist, geboren in Amsterdam, actief in het verzet. Hij zat gevangen in cel 526 van het Oranjehotel en werd ondervraagd door Harsler, zoals vermeld wordt op kaarten die vanuit het Oranjehotel verstuurd zijn. Hij werd in april 1942 ter dood veroordeeld en op 24 juli 1942 (niet 27 juli) gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Deze datum is vermeld op de overlijdensacte en bij de Oorlogsgravenstichting. Het stoffelijk overschot van Guus van Batum is in november 2013 geïdentificeerd met behulp van DNA-onderzoek.

Bron: J.W. Tuinman

Leon Beek

7 maart 1893 – 15 augustus 1944
Leon Beek, geboren in Amsterdam, woonachtig te Bussum, sloot zich in 1940 aan bij het Legioen Oud-Frontstrijders, dat in 1941 fuseerde met de Ordedienst. Hij was een gemengd-gehuwde Jood en reserve-officier van de Infanterie. Door de SIPO in zijn woning gearresteerd op 26 januari 1943, en via Amsterdam overgebracht naar het Oranjehotel. Later is hij met drie medegevangenen via Vught overgebracht naar Westerbork. Daar deden zij een vluchtpoging in augustus 1944, vier weken na aankomst in het kamp. De vier werden door commandant Gemmeker opgesloten in het Huis van Bewaring in Assen. Na onderzoek werden de vier gevangenen overgebracht naar de SIPO-Aussendienststelle in Amsterdam. Op 15 augustus 1944 werden zij op last van Befehlshaber der Sicherheitspolizei Schongarth en Aussendienststellleiter SIPO/SD Willy Lages gefusilleerd in de duinen bij Overveen. Leon Beek werd in november 1945 herbegraven op de Eerebegraafplaats in Bloemendaal.

Meer informatie.

Bron: P. Beek, Hoogvliet (foto)

Bernard H. Besselink

10 mei 1908 – 17 november 1941
Bernard Besselink was in september 1941 boer in Steenderen, getrouwd en vader van drie dochters, toen in de nacht van 7 september twee gewonde bemanningsleden van een neergeschoten Britse bommenwerper, Richard Pape en Jock Moir, bij hem aanklopten. Samen met de broers Jan en Gerrit Agterkamp en verzetsmensen in Amsterdam en Leiden hielp Bernard Besselink de terugkeer van Pape en Moir naar Engeland voor te bereiden, maar door verraad werden Jan Agterkamp en Bernard Besselink op 26 september 1941 gearresteerd en naar het Oranjehotel gebracht. Beiden werden ter dood veroordeeld wegens hulp aan de vijand en op 17 november 1941 gefusilleerd in de duinen bij Bloemendaal. In 1954 onthulde Richard Pape in Steenderen een monument voor Agterkamp en Besselink.

Meer informatie:
artikel Volkskrant 13 november 1996
artikel Volkskrant 20 november 1996

Bron: C. Hulsman, Den Haag

Marion Bienes

Geboren 29 augustus 1925
De Jodin Marion Bienes werd geboren in Frankfurt en verhuisde met haar ouders en broer René in 1935 naar Amsterdam vanwege de opkomst van de Nazi’s in Duitsland. Om deportatie te voorkomen duikt zij in 1943 onder in Woerden, waar ook haar verloofde Hans ondergedoken is. Als Hans wordt gearresteerd meldt ze zich om hem te helpen en komt op haar 18e verjaardag in het Oranjehotel. Na vijf weken wordt zij op transport gesteld naar Westerbork en vandaar naar Bergen-Belsen. Op 23 april 1943 wordt zij bevrijd door de Russen. Marion Bienes woont nu in Israel. In 2012 verscheen haar autobiografie Why the horses?

Meer informatie:
Bron: A. van Steijn, Why the horses?

Samuel Blik

10 april 1911 – 30 november 1943
Samuel Blik was Jood, geboren in Den Haag. Op 9 januari 1943 werd hij gevangen gezet in het Oranjehotel. Op 22 februari 1943 overgebracht naar Westerbork, vanwaar hij op 2 maart 1943 op transport naar Sobibor werd gesteld. Daar is hij in november 1943 omgekomen.

Bron: J.A. Malherbe

Hendrik Jan Blink

1 januari 1919 – 22 april 1945
Ambtenaar bij de C.C.D., vervalste persoonsbewijzen, distributie-stamkaarten, enz. Op 4 juli 1944 in Den Haag gearresteerd en via het Oranjehotel en Vught gedeporteerd naar Oranienburg op 6 september 1944. Omgekomen tijdens een evacuatie-transport naar Schwerin.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x 

Jacobus Johannes Wilhelmus Boezeman

19 december 1914 – 9 januari 1941
Aan Sjaak Boezeman is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij heeft op 12 en 16 december 1940 twee brieven aan zijn familie geschreven, waarvan de tekst via deze link te lezen is.

Bron: J.W. Boezeman, Dordrecht

 

Reinder Boomsma

19 juni 1879 – 26 mei 1943
Reinder Boomsma, geboren in Schagen, was garnizoenscommandant / kolonel in Apeldoorn. Hij heeft tweemaal als gevangene in het Oranjehotel gezeten, wegens verzetsactiviteiten als commandant van de OD op De Veluwe. De eerste periode was van 22 maart 1941 tot 19 februari 1942, de tweede van 21 april tot 16 mei 1942. Op 23 oktober 1942 werd hij opnieuw gearresteerd, en gevangenen gezet in Utrecht tot 1 maart 1943, toen hij naar Vught werd overgeplaatst. Op 4 mei 1943 is hij naar Neuengamme gebracht, waar hij op 26 mei overleed. Boomsma wordt, als Kolonel Boomsma uit Apeldoorn, in het Gedenkboek van Weber genoemd als één van de “Namen door oud-gevangenen en den gevangenis-tandarts, C. van Dijk, in hun brieven genoemd”, evenals zijn echtgenote mevr. Gerardina Boomsma-Schallenberg, die evenwel geen gevangene in het Oranjehotel is geweest.

Bron: J.W. van Holten, Hilversum; R. Boomsma, Roden; D. Schoemans, Doorwerth. 

Gerben Bootsma

21 februari 1894 – 2 april 1945
Gerben Bootsma, uit Lemmer, heeft in 1943 8½ maand in cel 704 gevangen gezeten voor hij, samen met o.a. A. de Bruin uit Enkhuizen, op 17 december naar de gevangenis aan de Gansstraat in Utrecht werd vervoerd. Hij werd op 24 februari 1944 wegens Feindbegunstigung tot levenslang tuchthuis veroordeeld. Hij werd daarop naar Duitsland getransporteerd, waar hij op 2 april 1945 overleed in het tuchthuis Butzbach. De naam van Bootsma wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Meer informatie

Bron: F. Bootsma, Zwolle  


Anno Sjoerd (Titus) Brandsma

23 februari 1881 – 26 juli 1942
Rooms-katholiek theoloog en pater. Voerde actie tegen de beïnvloeding van het onderwijs en de pers door de Duitsers. Gearresteerd op 19 januari 1942 in Nijmegen, verbleef in het Oranjehotel tot 12 maart 1942. Overleden op 26 juli 1942 in Dachau.

Biografische gegevens van prof. A.S. Brandsma zijn te vinden op vele websites, waarvan er hier slechts enkelen gegeven worden:
Titus Brandsma Memorial
Titus Brandsma Museum
Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
Wikipedia

Bron: Titus Brandsma Memorial 

Willem Maurits de Brauw

17 maart 1914 – 19 december 1943
Was in juni 1940 betrokken bij de oprichting van de landelijke verzetsgroep “Oranjewacht”. Werd op 13 december 1940 in Amsterdam gearresteerd en veroordeeld tot 4 jaar tuchthuis. Vanuit Utrecht werd hij op 28 november 1942 overgebracht naar Rheinbach. Overleed in het St. Petrus Krankenhaus in Bonn aan tbc.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x


P.L. de Bruijne


Dhr. P.L. de Bruijne wordt in het Gedenkboek van E.P. Weber vermeld in de lijst met namen van gevangenen die door de tandarts C. van Dijk genoemd zijn. Dhr. de Bruijne heeft van 2 januari 1944 tot 23 mei 1944 in cel 514 van het Oranjehotel gezeten, waarna hij naar Amersfoort werd gedeporteerd. Hij heeft de oorlog overleefd. Eén van zijn celgenoten in cel 514, dhr. Heskes uit Scheveningen, werd in september 1944 in Vught gefusilleerd.

Bron: P.L. de Bruijne

A. de Bruin


Politieagent in Enkhuizen in maart 1943, die de Nederlandse geheim agent Pieter Roelof Gerbrands heeft helpen ontsnappen van het schip van Gerben Bootsma. Heeft in het Oranjehotel gevangen gezeten van begin april tot half december 1943. Daarna overgebracht naar Utrecht, waar hij werd vrijgesproken. De naam van De Bruin wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: F. Bootsma, Zwolle

Apolonia Lucie Buma

25 september 1916 – 26 februari 2002
Werkte als koerierster voor de British Intelligence Service. Werd op 12 augustus 1944 door de SD gearresteerd en naar het Oranjehotel gebracht. Wegens ziekte werd zij getransporteerd naar Vught, en na Dolle Dinsdag naar Ravensbrück. In februari 1945 werd zij overgebracht naar Dachau; zij werd op 1 mei 1945 nabij Wolfratshausen bevrijd. De naam van Buma wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Meer informatie

Bron: W. van Zanten, Doorwerth 

Jan Willem van de Burgt

18 juni 1908 – 14 mei 1993
Geboren in Driebergen. Van de Burgt maakte deel uit van de Oranjewacht. Hij verbleef van 9 december 1940 tot begin september 1941 in het Oranjehotel. Werd veroordeeld tot drie jaar tuchthuis, en werd gevangen gehouden in Amersfoort tot de zomer van 1942. Dit blijkt ook uit vermeldingen in het boek Dagboek uit Kamp Amersfoort, 1942 van D.W. Folmer. Daarna is hij naar Rheinbach getransporteerd, waar hij tot 14 maart 1943 gevangen zat. Van de Burgt overleed in 1993 in Zeist. De naam van Van de Burgt wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: mevr. A. Knoth-van de Burgt 

Rudolph Pabus Cleveringa

2 april 1894 – 15 december 1980 Hoogleraar en decaan van de faculteit Rechten in Leiden. Hield op 26 november 1940 een protes- trede tegen de maatregel van de Duitsers om Joodse hoogleraren van de universiteit te verwijderen. Werd daarom gearresteerd en tot de zomer van 1941 gevangen gehouden in het Oranjehotel. Later, in 1944, als gijzelaar gevangen gehouden in Vught. Maakte vanaf de oprichting in augustus 1944 deel uit van het College van Vertrouwensmannen, dat het verzetswerk coördineerde. Van 1954 tot 1963 was Cleveringa voorzitter van de Stichting Oranjehotel. De naam van Cleveringa wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Biografische gegevens van prof. R.P. Cleveringa zijn te vinden op vele websites, waarvan er hier slechts enkelen gegeven worden:
Universiteit Leiden
Wikipedia
Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
www.oorlogsdocumenten.nl

Bron: website Universiteit Leiden

Arend Vincent Herman Destrée

 Dokter Arend Vincent Herman Destrée uit Sint Pancras wordt, samen met de zenuwarts Hoeneveld uit Alkmaar, op 25 augustus 1941 gearresteerd in verband met het ontoerekeningsvatbaar verklaren van een jongeman die zich als vrijwilliger had aangemeld bij de Wehrmacht. Ook de vader van de jongeman, de tuinbouwer Cor de Jong uit Sint Pancras, wordt gearresteerd. Na een kort verblijf in het Huis van Bewaring in Amsterdam wordt dokter Destrée op 2 september 1941 vrijgelaten. Dokter Hoeneveld en Cor de Jong komen echter niet vrij. Op 23 september 1941 moet Destrée zich opnieuw melden op het politiebureau in Alkmaar. Vandaar worden Destrée en de Jong overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen, waar Destrée wordt geplaatst in cel 715. Op dat moment is ook dokter Hoeneveld gevangene in het Oranjehotel. Op 3 december 1941 worden Destrée, Hoeneveld en de Jong vrijgelaten. De andere gevangenen van cel 715 (waaronder Arie de Leest en Theo Köllner) worden die dag op transport gezet naar München. Andere gevangenen die Destrée in het Oranjehotel ontmoet zijn de schoolmeesters Lammes en Okma uit Utrecht en majoor Ducelier-Mulder, die later gefusilleerd zal worden. Piet Honig uit Zaandam en Albert Plesman fungeerden in die periode als sportleraren in het Oranjehotel.

Meer informatie

Bron: C. Destrée 

Jeanette van Emden

24 mei 1899 – 6 september 1944
Jeannette van Emden, geboren in Antwerpen, was gescheiden in 1939. Ze woonde met haar twee dochters in Bussum. Ze gaf piano- en zangles. Ze was al vroeg bij de Sneevlietgroep betrokken en werd actief in de Nederlands-Belgische verzetsgroep “Wim”. Ze deed spionage- en koerierswerk tot ze 3 juli 1943 tijdens haar werk in Utrecht werd gearresteerd, verraden door Van der Waals die in hun groep was geïnfiltreerd. In de nacht van 4/5 juli 1943 werd ze naar het Oranjehotel gebracht als “politiek joodse” gevangene. Na zeven maanden werd ze op 4 maart 1944, gelijk met Mientje Proost, gebracht naar het seminarium in Haaren (NBr). Na de registratie bij binnenkomst heeft niemand haar meer gezien. De hele groep “Wim” kreeg daar een schijnproces waarbij ze allen ter dood werden veroordeeld, maar het vonnis is niet uitgevoerd en ze zijn allemaal naar Duitse kampen gebracht als Nacht und Nebel gevangenen. Jeanette van Emden was al niet meer bij dat proces (20-23 juli 1944) aanwezig. Van iedereen staat in het “receptieboek” van Haaren waarheen ze waren gestuurd. Bij haar staat alleen de uitschrijving (4 juli 1944) zonder vermelding waarheen. Zes weken later wordt ze door de SD in het politiebureau van Velp (Gld) binnengebracht en 2 dagen later naar Westerbork gevoerd (strafbarak 67), van waaruit ze met het laatste transport naar Auschwitz is gedeporteerd en volgens het Rode Kruis op 6 september 1944 is vergast.

Bron: E.H. Nagel-Ossendrijver, Oosterbeek 

Albert Emminga

16 februari 1900 – 28 december 1944
Aan Albert Emminga is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij is geboren in Nijkerk en leefde tijdens de oorlog, getrouwd met Maria van de Bunt, in Den Haag. Hij is op 28 december 1944 overleden in Buchenwald.

Bron: mevr. R. Emminga-Luiten

Jitze Fennema

26 mei 1916 – 11 februari 1990
Jitze Fennema was sinds augustus 1940 actief in de verzetsgroep De Oranjewacht en woonde bij zijn moeder te Leeuwarden. Op 12 januari 1941 werd hij met andere Leeuwarder leden van de Oranjewacht als gevolg van arrestaties elders in het land opgepakt en naar het Oranjehotel te Scheveningen overgebracht. Daar moest hij zware en wrede verhoren ondergaan. Hij verbleef in cel no. 776 van het Oranjehotel. Medio augustus 1941 werd hij overgebracht naar het Polizei-durchgangslager Amersfoort waar hij eind 1941 plotseling werd vrijgelaten. Hierna moest hij onderduiken. Later werkte hij in Amsterdam opnieuw in het verzet tot het eind van de Tweede Wereldoorlog. In 1985 werd hem het Verzetsherdenkingskruis toegekend.

Bron: L.J. Fennema, Stiens

Willem Marianus Flim

12 februari 1904 – 28 april 1945
Willem Flim werd geboren in Oegstgeest en studeerde medicijnen in Leiden. Hij was huisarts in Leiden, wonende op Rapenburg 38. Hij verrichte verzetswerk, maar heeft zelfs zijn vrouw niet over de aard van dit werk ingelicht. Ook hielp hij mensen die voor de Arbeitseinsatz werden opgeroepen astma-aanvallen te simuleren. Flim werd een aantal malen door een bevriende Leidse politieman gewaarschuwd als de Duitsers bij hem aan de deur zouden komen, maar in 1944 werd hij toch verrast toen hij de deur voor een patiënt dacht te openen. Hij werd gearresteerd en gevangen gezet in het Oranjehotel, waar zijn vrouw hem één keer kon bezoeken. Vandaar is hij naar Vught of Amersfoort overgebracht en later naar Neuengamme. Tijdens een transport van Neuengamme naar Lübeck op 28 april 1945 kwam hij om het leven door een Engels bombardement van o.a. het schip Cap Arcona.
Flim ligt begraven op het Vorwerker Friedhof (Sammelgrab 27.5a.5.D) in Lübeck.

Meer informatie

Bron: mevr. W.M. Flim, Voorschoten 

Frans Jozef Maria von Fisenne

9 maart 1914 – 20 november 1944
Woonde na de evacuatie van Scheveningen en Benoordenhout in een pand aan de Anna van Buurenstraat 17 in Den Haag, waarin ook Joden waren ondergebracht. Werd gearresteerd wegens radiobezit bij een doorzoeking van het huis, waarbij de Joden werden gedeporteerd. Gevangene in cel 667 van het Oranjehotel van 29 maart tot 28 juni 1944. Daarna via Vught en Sachsenhausen gedeporteerd naar het buitenkamp Langenstein-Zwieberge van Buchenwald, waar hij een paar weken na aankomst overleed. In mei 2009 verscheen een boek over zijn leven: Hemel en hel – Het korte leven van Frans von Fisenne. De naam van Von Fisenne wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Meer informatie

Bron: mevr. L. van Rijckevorsel, Den Haag 

Dick Willem Folmer


Aan Dick Willem Folmer is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij was lid van de Oranjewacht, gevangene in het Oranjehotel in cel 644 van december 1940 tot 20 maart 1942. Zijn naam staat, met enkele anderen, vermeld op tekeningen van zijn mede-gevangene Gert Nales. Vervoerd naar kamp Amersfoort, waaruit hij ontsnapte. Op 24 juli 1944 werd hij, onder de naam Nijman, opnieuw gearresteerd. Rond Dolle Dinsdag raakte hij zwaar gewond toen hij werd neergeschoten, waarschijnlijk bij een vluchtpoging. Nadien is niets meer van hem vernomen. In april 2005 is het boek Dagboek uit Kamp Amersfoort, 1942 uitgekomen, gebaseerd op Folmer’s dagboeken. De naam van Folmer wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Meer informatie

Bron: mevr. J. Folmer

 

Yge Foppema

6 september 1901 – 2 december 1993 
Yge Foppema was een Friese dichter, die in het Oranjehotel gevangen zat in de cel naast 595, waar Jan Verhagen zat. Foppema had intensief contact met Verhagen en dichtte o.a. De ballade van de ter dood veroordeelden, waarvan de middelste strofe betrekking heeft op Verhagen. Na de oorlog, in 1945, kreeg Foppema de Verzetsprijs voor Letterkundigen voor zijn bundel Spijkerschrift.

Bron: M. Verhagen, Zwolle  

Gerhardus Antonius Geerdink

4 april 1907 – 24 oktober 1975 
Timmerman, later aannemer, uit Hengelo. Werd rond september 1941 opgepakt omdat hij zich bemoeide met de mishandeling van twee Joodse jongens, en mogelijk vanwege andere anti-Duitse activiteiten. Heeft in totaal waarschijnlijk 15 maanden vastgezeten in Scheveningen en Kleve. Overleed in 1975 in zijn geboorteplaats Hengelo.

Bron: N. Hannink 

Ernest Otto Goldstein

17 januari 1906 – 22 februari 1945
Joodse advocaat in Den Haag, actief in het verzet, waarschijnlijk o.a. als radiotechnicus. Gearresteerd op 10 augustus 1943, gevangen gezet in het Oranjehotel en vanuit Westerbork gedeporteerd naar Bergen-Belsen op 13 september 1944. Op 19 december 1944 doorgestuurd naar Buchenwald, waar hij overleed. De naam van Goldstein wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x


Willem L. Harthoorn


Leider van het communistisch verzet in Den Haag, als opvolger van Frans van Ophem. Harthoorn was in het Oranjehotel celgenoot van Han Stijkel. De oorlogsgeschiedenis van Willem Harthoorn is vastgelegd in het boek Verboden te sterven (1963, heruitgegeven in 2007, uitgeverij Van Gruting).

Bron: R. Harthoorn, Valkenswaard 

Wilhelmina Hendrichs

23 juli 1908 – 14 juli 1968
Wilhelmina (“Wim”) Hendrichs zat als ongehuwde, werkende vrouw in het verzet in Den Haag, in diverse groeperingen, samen met haar zuster Jo (Joanna B.E.M. Hendrichs, geb.1907) en broer Bep (Albertus J.A.M. Hendrichs, geb. 1894), Zij hielpen onderduikers en verrichtten koeriersdiensten. Gearresteerd en hoogstwaarschijnlijk direct naar het Oranjehotel gebracht op 8 november 1943, vrijgelaten op 4 mei 1944, wegens een ernstige besmettelijke ziekte. Bijzonderheid rond haar arrestatie: er was verraad in het spel en de Duitsers waren voornemens haar zuster Jo op te pakken, die acht maanden zwanger was. Voor het huis van broer Bep, waar beiden zaten ondergedoken, heeft Wim zich laten arresteren als zijnde Jo. Hiermee heeft zij mogelijk het leven van het ongeboren kind gered.

Meer informatie

Bron: W.E. Kaszó 


Albert Hermelink

28 oktober 1917 – 5 of 6 september 1944
Gevangene in het Oranjehotel van maart tot juli 1942, eerst in cel 368, later in cel 358. Later gedeporteerd naar o.a. Natzweiler en Dachau.

Meer informatie

Bron: J.B.A.M. ter Haar, Haaksbergen 

Johannes Coenrades Hoek

24 december 1901 – 10 juli 1942
De vrachtwagenchauffeur Coen Hoek, getrouwd met Elisabeth (Bep) de Vroedt, was in 1941 lid van de Geuzen in Rotterdam. Bep de Vroedt was koerierster voor de Geuzen, maar is niet gearresteerd. Coen Hoek werd samen met zijn zwagers Jan de Vroedt en Piet Zevenbergen, ook aangesloten bij de Geuzen, gearresteerd en naar het Oranjehotel gebracht. Piet Zevenbergen is op 17 mei 1941 vrijgelaten, Hoek en de Vroedt werden op transport gesteld naar Buchenwald. De Vroedt overleefde de oorlog, Coen Hoek is op 10 juli 1942 in Buchenwald overleden. In 1946 is een Duits overlijdenscertificaat, een Sterbeurkunde, opgesteld voor Coen Hoek.

Meer informatie

Bron: P.D. de Heer, Purmerend 

Everardina Wilhelmina Hoetink

11 januari 1904 – februari 1945
Juriste, werkzaam bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening. Werd op verdenking van het doorgeven van informatie aan de illegale pers gearresteerd op 4 augustus 1944. Op 15 augustus 1944 overgebracht naar Vught en vervolgens naar Ravensbrück, waar zij door uitputting overleed.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x 

Herman Holstege

6 oktober 1903 – 3 september 1941
Lid van het communistisch verzet in Den Haag, overleden in het Oranjehotel als gevolg van martelingen.

Bron: R. Harthoorn, Valkenswaard

Johannes Cornelius Adrianus van den Hout

19 december 1915 – 22 februari 2009
Jan van den Hout werkte in Den Haag als marconist van Lodo van Hamel, die als geheim agent vanuit Engeland in Nederland gedropt werd. Na de arrestatie van Van Hamel in oktober 1940 werd ook Van den Hout gearresteerd en tot levenslang tuchthuis veroordeeld. Hij verbleef in Zuchthaus Münster, concentratiekamp Brual Rhede en Zuchthaus Waldheim (bij Dresden), waar hij in mei 1945 door de Russen werd bevrijd. Na een half jaar sanatorium in Oschatz keerde hij op eigen kracht naar Nederland terug. Zie voor meer informatie de pagina’s van Jan van den Hout en Jo Allers.

Meer informatie

Bron: C. van den Hout 

Petrus Ernestus Marie Huijbers

11 mei 1908 – 8 december 1989
Huijbers, geboren te Beugen, was lid van een organisatie die Nederlanders hielp naar Engeland te gaan. Hij werd in mei 1941 gearresteerd en gedurende acht dagen verhoord in Den Bosch en Arnhem. Hij werd vervolgens gevangen gezet in het Oranjehotel. Andere medewerkers van de groep, waaronder Huijbers’ celgenoot Pieter de Koning (of Konings), werden vermoedelijk later gefusilleerd. Huijbers werd in september 1941 onverwacht vrijgelaten. Hij overleed te Nistelrode.

Bron: J. van der Heijden, Geleen 

Frederik Hendrik Gijsbertus van Iterson

14 februari 1891 – 6 april 1945
Lid van de OD op Voorne-Putten, gevangen genomen en naar het Oranjehotel gebracht op 24 december 1944. Samen met andere OD-ers op 7 maart 1945 in Amersfoort aangekomen, vanwaar hij op 15 maart werd gedeporteerd naar Neuengamme. Op 27 maart 1945 verder gedeporteerd. Uiteindelijk is hij op 6 april 1945 aan dysenterie overleden in het kamp Uhlzen. De naam van Van Iterson wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Meer informatie

Bron: R. van Zoomeren, Sliedrecht 

Cornelis Jansen

20 september 1918 – 5 april 1995
Cor Jansen werkte bij de bereden politie in Den Haag en deed verzetswerk,  zoals het verspreiden van wapens, doorgeven van informatie aan de Engelsen en het saboteren van Duitse projecten. Hij heeft van 27 januari tot 6 mei 1945 in het Oranjehotel gezeten, en behoorde op die laatste dag tot een groep van 6-8 gevangenen die door de Duitsers gefusilleerd gingen worden. Jansen wist hieraan te ontsnappen.

Meer informatie

Bron: M.G. Jansen-Oudewaal en J. Ruys 

Pieter Franciscus van der Kam

14 december 1906 – 24 februari 1943
Lid van het communistisch verzet in Den Haag, gearresteerd in mei 1942. De Doodenboeken bevatten een pagina voor Pieter Francisus van der Kam, waarop zijn arrestatie in 1944 wordt genoemd en zijn overlijden op 6 februari 1945. Deze data zijn zeer waarschijnlijk onjuist. De naam van Van der Kam wordt ook vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: R. Harthoorn, Valkenswaard  

Franz Ernst van Kampen

18 juni 1918 – 10 oktober 1942
Franz van Kampen uit Breda, lid van de Oranje Garde, werd na zijn arrestatie enige tijd gevangen gehouden in het Oranjehotel. Voor zijn proces werd hij overgebracht naar de gevangenis aan de Gansstraat in Utrecht. Hij werd ter dood veroordeeld wegens verboden wapenbezit, spionage, bevoordeling van de vijand en landloperij. Het vonnis is opgenomen in het Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon. Op 20 oktober 1942 werd hij, samen met de Oranje-Gardeleden Adriaan Simonis, John Zeldenrust, Gerrit van der Linden en Lex van den Berg, gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. De naam van Van Kampen wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: P. Kraan  

Barend Klaas Keuter

14 augustus 1918 – 5 maart 1945
Actief in het verlenen van hulp aan gestrande geallieerde vliegtuigbemanningen, samen met zijn vader, Ter Galestin, Voogd, Hillenius. Op 7 januari 1944 in Amsterdam gearresteerd. Vanuit Scheveningen via Vught gedeporteerd naar Sachsenhausen en vervolgens Bergen-Belsen. Daar waarschijnlijk aan dysenterie overleden.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x  

Gerrit van de Klashorst

Geboren 19 juli 1920
Gerrit van de Klashorst was slager en werd gevangen genomen voor clandestien slachten. Hij heeft in 1942 ongeveer zes weken vastgezeten in het Oranjehotel, nabij de dodencellen. Tijdens zijn gevangenschap moest hij vaak de hele dag staan en kreeg weinig eten en water. Dankzij het omkopen van een bewaker kon Van de Klashorst zijn vader bellen. Zijn vader heeft hem uiteindelijk vrij gekregen.

Bron: mevr. M.H.M. Faber – van de Klashorst 

Barend Koekkoek

23 mei 1910 – 28 november 1944
Geboren in Groningen, werd Barend Koekkoek in de oorlog lid van de LO. Hij werd op 18 april 1944 gearresteerd en gevangen gezet in het Oranjehotel. Later is hij naar Natzweiler getransporteerd, waar hij op 28 november 1944 is vermoord.

Meer informatie

Bron: J. Koekkoek 

Gerrit Koele

Geboren 31 maart 1923
Koele is geboren in Oldebroek en werd gearresteerd in Frankrijk, terwijl hij naar Engeland probeerde te reizen. Hij is daarna gevangen geweest in het Oranjehotel van april 1943 tot september 1943. Zijn “adres” in het Oranjehotel is vermeld op twee adresstroken van post voor gevangenen.  Op transport naar Duitsland is hij ontsnapt door uit de trein te springen. Hij heeft zich vervolgens aangesloten bij het verzet op de Veluwe. Na de oorlog is hij werkzaam geweest bij de Canadese MP en de Marechausee.

Bron: B. Bruijnes, Nunspeet 

Hebe Kohlbrugge

Geboren 1914
Hebe Kohlbrugge zat vanaf 5 of 6 april 1944 gevangen in de laatste vrouwencel in het Oranjehotel, onder de naam Christine Doorman. Vanuit Scheveningen werd zij veroordeeld en in juli 1944 werd zij naar Vught getransporteerd. Na Dolle Dinsdag brachten de Duitsers haar naar Ravensbrück. Mevrouw Kohlbrugge overleefde het concentratiekamp en keerde na de oorlog naar Nederland terug.

Bron: A.L. Gouw, Den Haag; H. Kohlbrugge, Utrecht 

Hendrik Kompagne

17 oktober 1898 – 11 januari 1945
Opperwachtmeester bij de Haagse politie, gearresteerd wegens hulp aan onderduikers op 10 mei 1944. Na gevangenschap in het Oranjehotel getransporteerd naar Vught, en na Dolle Dinsdag, samen met 2700 medegevangenen, naar Sachsenhausen. In oktober 1944 is hij vervoerd naar Neuengamme, waar hij op 11 januari 1945 overleed. In 2006 is een straat in Den Haag naar Kompagne vernoemd.

Bron: J. Kompagnie, Gouda 

Cornelis Hubertus van Koningsbruggen

27 juli 1905 – 1983
Cornelis van Koningsbruggen was in het begin van de oorlog bedrijfsleider van hotel De Toelast in Den Helder. Toen het hotel vernietigd werd in een Engels bombardement in juni 1940 verhuisde van Koningsbruggen naar Harmelen en later naar Soestdijk. Van Koningsbruggen werd actief voor de Raad van Verzet (RVV) en de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), onder de schuilnaam van Gustenhoven.  Hij dook in 1942 onder in Amsterdam, maar werd in februari 1944 door verraad gearresteerd. Na verblijf in Utrechtse en Amsterdamse gevangenissen verbleef hij vanaf 11 maart 1944 in het Oranjehotel. Hij werd ter dood veroordeeld, maar de executie vond niet plaats, waarschijnlijk omdat de gevangenen van het Oranjehotel op D-Day naar Vught vervoerd werden. Vanuit Vught werd van Koningsbruggen in september 1944 naar Sachsenhausen vervoerd, daarna naar andere kampen en hij werd in mei 1945 in Mauthausen / Ebensee bevrijd. Hij woog bij zijn bevrijding niet meer dan 50 kilo en had dysentrie, maar werd in Nederland herenigd met zijn gezin. Hij kreeg in 1983 het Verzetsherdenkingkruis en overleed later dat jaar.

Bron: V. van Koningsbruggen 

Elizabeth Koot-Honders

21 februari 1910 – 8 maart 1943
Betje Koot-Honders woonde in Utrecht en was lid van de Jehova’s Getuigen. Zij bracht in Utrecht het kerkblad De Wachttoren rond, tot ongenoegen van haar man. Lidmaatschap van de Jehova’s Getuigen was verboden door de Duitsers, die dit kerkgenootschap de Vereeniging van Bijbelvorschers noemden. Op 6 september 1941 werd Betje Koot-Honders samen met 29 geloofsgenoten gearresteerd door de SD tijdens een doopplechtigheid in de Fruitstraat in Utrecht, bij de familie Hemmink. Eén van de geloofsgenoten was geïnfiltreerd en had de groep verraden. Via een politiebureau in Zeist werd Betje met twee andere vrouwen naar het Oranjehotel overgebracht. De mannen werden naar Amersfoort gebracht. Vanuit het Oranjehotel werd Betje naar Ravensbrück gedeporteerd. Zij bleef trouw aan haar geloof, hetgeen haar leven in het kamp door de repressie van de Duitsers veel moeilijker maakte. Later is zij naar Auschwitz getransporteerd, waar zij op 8 maart 1943 overleed; de precieze doodsoorzaak is onbekend. Haar familie heeft na haar arrestatie nooit meer iets van haar vernomen.

Bron: R. van de Velde, Beusichem; foto: B. Laponder, www.oorlogsslachtoffersgemeenteburen.nl 

Johan Louis Korff

26 mei 1914 – 14 april 1994
Hans Korff werkte in de oorlog bij drukkerij Mouton & Co. en woonde in de Repelaerstraat in Den Haag. Bij drukkerij Mouton werden bonkaarten gedrukt onder toezicht van de Duitsers, maar ook, in de avonduren, vervalste bonkaarten, verzetsbladen, zeekaarten en ander illegaal drukwerk. Korff’s schuilnaam was van Dijk. Het illegale drukwerk werd per fiets in Den Haag verspreid en naar Amsterdam gebracht. Korff werkte samen met een medewerker van Mouton & Co. die de schuilnaam van Dam gebruikte. Meerdere malen moesten zij de drukkerij ontvluchten bij invallen van de Duitsers, maar bleven uit handen van de Duitsers mede door de hulp van de Deense artiest Boyd Bachman. Tegen het einde van de oorlog heeft de eigenaar van de drukkerij, onder de Duitse dreiging het bedrijf op te blazen, zijn medewerkers verraden.  Toen Korff naar de Laan van Meerdervoort ging om van Dam te waarschuwen werden beiden opgepakt door de NSB’er en Olympisch hardloper Tinus Ossendarp, die dreigde beiden neer te schieten. Korff en “van Dam” werden naar het Oranjehotel gebracht, waar de directeur een sigaar rookte met de Duitsers. Hans Korff werd tot 11 dagen veroordeeld. In het Oranjehotel had Hans Korff contact met jongere gevangenen. Het verblijf in het Oranjehotel werd beleefd met grote angst, paniek en veel geschreeuw. Korff was getuige van een incident waarbij een jongere gezegd werd dat hij de gevangenis mocht verlaten om te gaan trouwen, maar de jongeman werd, lopend naar de uitgang, in de rug geschoten en overleed. De naam van J.L. Korff wordt genoemd in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber en hij ontving het Verzetskruis.

Bron: F. Korff 

Jacob Kraal

12 februari 1914 – 14 april 1944
Aan Jacob Kraal is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij zong samen met mede-veroordeelden Gerard Jansen, Hendrik Drogt, Fokke Jagersma, Jan Rijkmans, Gerrit van den Berg, Wilpke Timersma en Johannes Kippers psalmen op de avond voor hun terechtstelling. Een mede-gevangene schreef dit aan zijn verloofde.

Bron: J. van der Laan, Burlington (Canada)

 

Johanna Frederika Jacomiene ter Kuile

12 april 1910 – 17 april 1972

Johanna ter Kuile, geboren in Enschede, was getrouwd met de Joodse man Emanuel Verveer, met wie zij een zoon had, geboren in 1940. In de oorlog hielp zij de familie Verveer vluchten, is daarom in april 1943 gearresteerd en gevangen gezet in het Oranjehotel. Terwijl zij in het Oranjehotel zat werden haar spullen uit haar huis gestolen. Na ruim twee maanden is zij in vrijheid gesteld. In de oorlog heeft zij tuberculose opgelopen, waarvoor zij van 1949 tot 1951 in een sanatorium moest verblijven. Zij overleed in 1972 in Utrecht.
In de index van het Gedenkboek van het Oranjehotel staat haar gehuwde naam vermeld als Vermeer.

Meer informatie

Bron: M. Jense – ter Kuile 

Gerard van der Laan

15 januari 1913 – 30 juni 1943
Lid van het communistisch verzet in Den Haag. Stak in oktober 1942 met o.a. Middendorp, Ruivenkamp en van Kalsbeek de hooi- en stro-opslagplaats van de Wehrmacht aan de Lulolfdwarsstraat in brand. Gearresteerd op 17 februari 1943, gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte op 30 juni 1943.

Bron: R. Harthoorn, Valkenswaard 

Arie de Leest

Gestorven 9 april 1943
Arie de Leest deelt in oktober en november 1941 cel 715 o.a. met Arend Destrée. Arie de Leest was leerling-oliestoker en diende als dienstplichtige brandwacht op een uitkijktoren in Den Helder. Vanuit die positie speelde hij informatie door aan de illegaliteit. De Leest wordt in april 1943 in Utrecht gefusilleerd. Aan de vooravond van zijn executie mag hij een brief schrijven aan zijn familie. Deze brief is in te zien via deze link. De brief eindigt met “treur niet om mij, want ik heb geweten wat ik deed”.

Bron: C. Destrée 

Johannes Frans Le Griep

15 juni 1913 – 26 oktober 1942
Aan Johannes Le Griep is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij werd op 26 oktober 1942 gefusilleerd op Fort Rhijnauwen. Op 7 mei 1954 werd zijn urn bijgezet op de Erebegraafplaats te Loenen. Le Griep’s naam staat vermeld op het monument bij Rhijnauwen.

Bron: mevr. H.E.M. Alsemgeest-Le Griep, Leidschendam


Jean Mesritz

2 maart 1918 – 31 maart 1945

Jean Mesritz raakte in september 1940 betrokken bij de poging van Lodo van Hamel, de eerste geheimagent die vanuit Engeland in Nederland was gedropt, om naar Engeland terug te keren. Mesritz studeerde rechten in Leiden, was lid van het Leidsch Studentencorps en reserve-cornet der Bereden Artillerie. Hij wilde reeds lang naar Engeland om daar dienst te doen. Hij had daartoe reeds pogingen gedaan met enige vrienden per boot en had schipbreuk geleden op de Nederlandse kust en was daarbij bijna om het leven gekomen. Hij had Lodo van Hamel in Den Haag op straat ontmoet en had hem herkend. Hij was namelijk met Van Hamel op het Nederlandsch Lyceum geweest. Hij wist ook dat Van Hamel in Engeland was geweest. Hij achtervolgde Van Hamel met de vraag hem mee te nemen naar Engeland. Van Hamel willigde dit verzoek in en beloofde Mesritz mee te nemen. Het plan was Lodo met een watervliegtuig op te halen van het Tjeukemeer in Friesland. Het plan mislukte. Ook Jean werd op 14 oktober 1940 gevangen genomen en via de gevangenis van Leeuwarden naar het Oranjehotel afgevoerd. Jean werd in april 1941 wegens Feindbegünstigung veroordeeld tot twee jaar tuchthuis. Vanuit het Oranjehotel werd hij in juni 1941 overge­bracht naar Zuchthaus Münster. Toen deze gevangenis gebombardeerd werd, is hij overgeplaatst naar concentratiekamp Brual Rhede, een van de veenkampen bij Papenburg. Wat daarna met hem gebeurd is, is onbekend. Wel staat vast dat Jean, toen zijn straf er op zat, in Duitsland in Schutzhaft gehouden werd en daar in maart 1945 is overleden. Onder deze link vindt u het overlijdensbericht van Jean Mesritz en zijn broer Denis, die in Ratenau om het leven kwam.

Bron: J.F.Ph. Hers, De personen in de boot op het Tjeukemeer, Den Haag, 15 oktober 1945 (Nationaal Archief), F. Hers

Krijn Meuldijk

22 mei 1907 – 24 april 1945
Sergeant Meuldijk, geboren in Heinoord, was telegrafist bij de Koninklijke Marine en lid van het Legioen van Oud-Frontstrijders (later gefuseerd met de OD). Hij werd gearresteerd op 3 maart 1944 nabij Zaandam wegens het versturen van berichten naar Engeland en het fotograferen van Duitse stellingen. Gevangen in cel 631 van 4 tot 15 maart 1944 en, na ruim vier maanden in het Groot Seminarium in Haaren, in cel 97 vanaf 29 juli 1944. In augustus 1944 is Meuldijk vervoerd naar Vught, en vandaar naar het Duitse kamp Sachsenhausen op 5 september 1944, en in april 1945 naar Neuengamme en Bergen-Belsen. Hij overleed op 24 april 1945, negen dagen na de bevrijding van Bergen-Belsen, door ondervoeding en uitdroging.

Bron: K. Biesma, Leersum 

Dominicus Hendrik Cornelis Middendorp

19 november 1919 – 30 juni 1943
Lid van het communistisch verzet in Den Haag, gearresteerd op 17 februari 1943. De naam van Middendorp wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: R. Harthoorn, Valkenswaard 

Hendrik Molenkamp

24 maart 1909 – 24 februari 1943
Hendrik Molenkamp is geboren in Amsterdam en was kelner van beroep. Hij was lid van het communistisch verzet in Den Haag en werkte mee aan de vervaardiging en verspreiding van De Waarheid in Delft. Molenkamp is gearresteerd in april 1942 en werd in de ochtend van 24 februari 1943 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

Bron: R. Harthoorn, Valkenswaard, J.W. Tuinman 

Adriën Moonen

16 december 1914 – 7 augustus 1943
Aan Adriën Moonen is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Vlak voor zijn executie mocht Moonen vanuit de gevangenis van Utrecht een afscheidsbrief aan zijn familie sturen. Een bidprentje, gemaakt na het overlijden van Adriën Moonen, is te zien onder deze link.
In Scheveningen, recht tegenover de hoofdpoort van de gevangenis, werd in 1955 een straat naar hem vernoemd. Naar aanleiding hiervan verscheen een artikel over Adriën Moonen in het Officieel Weekblad voor de Gemeentepolitie van ‘s Gravenhage.

Bron: J. Escher

  

Hendrik J.W. Oudewaal

 20 juli 1910 – 4 september 1944
Was actief in de verzetsgroep van Jaap Goedendorp in Rijswijk, die hulp aan onderduikers en het verspreiden van illegale kranten verzorgde. De groep werd verraden in 1944. Hendrik Oudewaal werd op 30 mei 1944 in Den Haag gearresteerd en overgebracht naar het Oranjehotel. Op 4 september 1944 werd hij in Vught gefusilleerd.

Meer informatie

Bron: G. Oudewaal, Amstelveen  

Pieter Ferdinand Oudkerk Pool

17 oktober 1910 – 10 januari 2001
Artiest, heeft gevangen gezeten in het Oranjehotel, cel 502, van 27 januari tot 27 juli 1943, vanwege zijn voor de bezetter kritische liedteksten. Tijdens transport naar Duitsland ontsnapt. Schreef en zong kort na de oorlog, onder het pseudoniem Peter Siers, het lied “Oranjehotel”.

Bron: W.J. van ‘t Oosten, Arnhem; W. Heijkoop, Den Haag  

Jan de Pagter

16 januari 1898 – 5 juni 1944
Geboren in Breskens, werkte hij mee aan het verzet in IJmuiden, o.a. hulp gevend aan Engelandvaarders. Als gevolg van verraad op 2 augustus 1943 in zijn woning in IJmuiden gearresteerd; tot 25 februari 1944 in het Oranjehotel. Vandaar overgebracht naar Vught en Natzweiler, waar hij overleed.

Bron: NIOD, Amsterdam 

Johannes Peterse

23 maart 1904 – 10 september 1944
Geboren in Tiel, was chauffeur/monteur in Maassluis, wonende aan de Van der Horststraat 2. Was lid van de Geuzen en is gearresteerd in Maassluis op 14 februari 1941. Heeft gevangen gezeten in cel 541 van het Oranjehotel. Is naar Buchenwald getransporteerd op 8 april 1941, waar hij op 10 september 1944 overleed ten gevolge van verwondingen opgelopen bij een bombardement.

Meer informatie

Bron: P. Luijten; A.M. Overwater: De Geuzen van 1940 

G.F. Pol

1 januari 1906 – 6 september 1964
Geboren in Sappemeer, werkte in de oorlog als keurmeester van vlees en vee in Zwolle. Collectant bij de RK Jozefparachie, lid van de vakbond ARKA en colporteur bij de Nederlandsche Unie. Zat gevangen in het Oranjehotel van 28 maart tot 15 augustus 1941. De redenen voor zijn arrestatie en zijn latere vrijlating zijn (ook bij zijn kinderen) niet bekend.

Bron: H.J.W.C. Pol, Zwolle  

Herbert Alfred Polak

5 augustus 1904 – 31 maart 1944
Jood, via Scheveningen en Vught op 15 november 1943 gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij in de gaskamer omkwam.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x

Mientje Proost

Geboren 30 oktober 1919
Mien Proost uit Bergen op Zoom wordt genoemd op pagina 394 van het Gedenkboek van het Oranjehotel, in het “Gastenboek II”, met namen die genoemd zijn in brieven van oud-gevangenen. Zij overleefde o.a. de kampen Ravensbrück en Dachau. De naam van Proost wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber. Haar oorlogsgeschiedenis wordt door haarzelf verteld onder deze link.

Bron: M. Hooyschuur-Houtman, M. Houtman-Proost, Bergen op Zoom 

Karel Titus Postma

Geboren 1 december 1907

Karel Postma werd geboren in Utrecht, doorliep de Kweekschool en was tijdens de Duitse inval werkzaam als onderwijzer in Rotterdam. Met enkele collega’s maakte hij deel uit van een verzetsorganisatie, waarschijnlijk die van prof. Schoemaker uit Delft. Anton van der Waals infiltreerde in deze organisatie als V-Mann. Op 3 december 1941 werd Postma in de klas gearresteerd door de Sicherheitspolizei uit Den Haag. Ook verschillenden van zijn collega’s werden gearresteerd, waaronder tekenlerares Aukje Wagenmaker en Tony van Eyk. Postma werd naar het Oranjehotel overgebracht en geplaatst in cel 654. De aanklachten tegen hem waren Feindbegünstigung, het verspreiden van Hetzschriften en spionage. Op 26 maart 1942 werd hij overgebracht naar het Oranjehotel en werd geplaatst in cel 105. Via de gevangenis van Utrecht werd hij naar Amersfoort overgebracht, waar hij verbleef van 3 tot 24 augustus 1942. Als Nacht und Nebel gevangene werd hij getransporteerd naar Buchenwald (3 september 1942 tot 27 november 1944). Daarna ging Postma naar Sachsenhausen en in april 1945 naar Ravensbrück. Hij overleefde de dodenmarsen van de laatste weken van de oorlog en werd begin mei 1945 bevrijd.

Bron: F. Postma 

Gerrit Jan Prinsen

27 oktober 1894 – 19 november 1942
Aan Gerrit Jan Prinsen is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Zijn geboortedatum is in de Doodenboeken en in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber abusievelijk vermeld als 27 oktober 1896. Zijn geboortedatum was 27 oktober 1894, Prinsen werd geboren in Winterswijk.

Bron: G.W. Nuijs, Doorwerth

Prinsen

Gerardus Marie Theodorus Putter

18 november 1911 – 1 december 1942
Aan Gerard Putter is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij werkte van 19 oktober 1940 tot 15 mei 1942 voor de gemeentelijke luchtbeschermingsdienst in Amsterdam. Hij sloot zich aan bij de OD, maar werd ten gevolge van verraad door een in de groep geïnfiltreerde SD-agent gearresteerd op 30 april 1942 als medewerker van Vrij Nederland. Hij was bij zijn arrestatie in het bezit van een vuur- en een steekwapen. Putter werd op 8 oktober 1942 ter dood veroordeeld door het Obergericht. Het vonnis werd op 1 december 1942 op de Waalsdorpervlakte voltrokken. Putter’s lichaam werd eerst op 23 december 2009 geïdentificeerd op basis van DNA-onderzoek. Zijn lichaam is één van 28 ongeïdentificeerde lichamen van op de Waalsdorpervlakte gefusilleerden die begraven zijn op het Ereveld in Loenen. Putter wordt ook vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Persbericht DNA-onderzoek

Bron: J.W. Tuinman

Feike Reitsma

 28 juni 1907 – 12 maart 1945
Feike Reitsma was rechercheur bij de Politie in Den Haag, getrouwd en vader van zes kinderen. Hij was actief in illegale werkgroepen (geen knokploegen), en verzorgde in dat verband onder anderen valse persoonsbewijzen en bonkaarten voor onderduikers. Op 5 maart 1944 bracht hij ‘s morgens een onderduiker naar een nieuw adres, maar rond half twee werd hij in het huis Javastraat 44 in Den Haag door de SD gearresteerd, samen met Anton Beiten en Johan Hendrik Klinker. Hij werd eerst naar de Frederikkazerne gebracht, later naar het Oranjehotel, waar hij als Todeskandidat werd aangewezen. Op maandag 12 maart werd hij, samen met 29 andere Todeskandidaten, in alle vroegte naar Rotterdam gebracht. Op diezelfde dag werd hij op de Pleinweg in Rotterdam-Zuid geëxecuteerd als vergelding voor de aanslagen in Rotterdam op 5 maart op de SD-er Röhmer en de Nederlander Koster en op 9 maart op de Duitser Desselberger van de Ordnungspolizei. Feike Reitsma is opgenomen in het verzetsgedenkboek “Het Grote Gebod”.

Bron: W. Tromp, Zoetermeer; foto: A.Reitsma, Leerdam 

Evert Ruivenkamp

3 september 1915 – 30 juni 1943
Lid van het communistisch verzet in Den Haag, gearresteerd op 17 februari 1943, gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte op 30 juni 1943. De naam van Ruivenkamp wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: R. Harthoorn, Valkenswaard 

Gerardus van Schaik

18 april 1881 – 30 oktober 1942
Overtuigd communist, is op 13 december 1941 gearresteerd in Utrecht en op 2 of 3 februari 1942 in het Oranjehotel aangekomen. Op 28 juli 1942 getransporteerd naar Amersfoort. Vanuit Amersfoort kwam hij op 28 juli 1942 aan in Neuengamme, waar hij op 30 oktober 1942 overleed.

Meer informatie

Bron: A. van Schaik, Utrecht; www.vannaamtotnummer.com  

Pieter Johannes Schuijl

28 februari 1886 – 11 mei 1942
Aan Pieter Schuijl is een pagina gewijd in de Doodenboeken, onder de naam Schuil. Schuijl is samen met Harmen Smink op 22 april 1942 in Maastricht ter dood veroordeeld. Hun executie vond plaats op 11 mei 1942 in het concentratiekamp Sachsenhausen, vrijwel onmiddellijk na hun aankomst daar.

Bron: J. van Sonnen, Hardewijk; J. Jonker-Schuijl

 

Hein Sietsma

15 oktober 1919 – 21 januari 1945
Aan Hein Sietsma is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij was werkzaam in de verzetsgroep Helpt Elkander In Nood in Nijkerk, o.a. samen met zijn broer Henk, ook een oud-gevangene van het Oranjehotel. De groep hielp vooral Joden bij onderduiken. Hein Sietsma werd vanuit het Oranjehotel via Amersfoort naar Dachau gebracht, waar hij in januari 1945 stierf.

Bron: J. Sietsma, Rijswijk 

Hendrik Sietsma

18 oktober 1921 – 10 mei 2002
Werkte in het verzet vanuit Nijkerk, samen met zijn broer Hein. Is tweemaal gevangene geweest in het Oranjehotel: als verraden Engelandvaarder in november 1940, en vanwege vervoer van vervalste persoonsbewijzen in februari 1944, onder de naam Bertus Zacht. Is via Vught overgebracht naar Dachau, waar hij door de Amerikanen is bevrijd in april 1945.

Bron: J. Sietsma, Rijswijk 

Peter Sevrien van Soest

20 augustus 1916 – 28 februari 1945
Pierre van Soest werkte voor het Ambtenarenverzet in Den Haag en heeft in 1943 gevangen gezeten in het Oranjehotel. Hij werd op 22 april 1943 vrijgelaten. Op 22 oktober 1943 veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf wegens overtreding van de Distributiewetten. Op 21 juni 1944 opnieuw gearresteerd wegens het vervalsen van documenten m.b.t. de Arbeitseinsatz, aan de Stationsstraat 29 in Den Haag, ten huize van dhr. F.C.P. Mol, leider van de verzetsgroep van het personeel van het Gewestelijk Arbeidsbureau. Opnieuw gevangen gezet in het Oranjehotel, in juli 1944 naar Vught overgebracht en begin september naar Sachsenhausen. Leed in Vught al aan een zweer in de twaalfvingerige darm. Van Soest is op 28 februari 1945 in Sachsenhausen overleden.

Bron: G. van Soest, Swalmen  

Antonius Willebrordus Cornelis (Tom) Snabilie

Geboren 20 februari 1923
Als gevangene in het Oranjehotel van 20 april tot 6 juni 1944 wegens contractbreuk en onderduiken, met drie anderen in cel 501. Overgebracht naar Amersfoort en op 19 juni naar werkkamp Offingen. Op 15 juni 1945 gerepatrieerd.

Bron: Tom Snabilie, Heemstede   

Geert Sterringa

30 december 1876 – 19 januari 1944
Onderwijzer en communistisch voorman in Groningen. Werkte mee aan de uitgave van Het Noorderlicht in november 1940, en schreef een manifest dat na de Februaristaking werd verspreid. Werd op 10 maart 1941 gearresteerd en gevangen gezet in het Oranjehotel. Werd via Amersfoort naar Buchenwald gestuurd (vanaf 26 maart 1942).

Meer informatie

Bron: mevr. A. Sterringa
Foto 

Benjamin Marius Telders

19 maart 1903 – 5 april 1945
Hoogleraar volkenrecht in Leiden, riep op niet mee te werken aan de ariër-verklaring. Werd op 18 december 1940 gearresteerd en in het Oranjehotel gevangen gezet. Op 28 juni 1941 gedeporteerd naar Buchenwald, op 15 januari 1944 vanwege zijn zwakke gezondheid op aandringen van o.a. zijn vader teruggebracht naar Vught. Op 6 september 1944 overgebracht naar Sachsenhausen en later naar Bergen-Belsen, waar hij aan vlektyphus overleed. De naam van Telders wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x
Foto 

Johannes Teunissen

26 september 1905 – 10 juli 1968
Was in het najaar van 1940 actief in de verzetsgroep De Geuzen in Maassluis. Werd op 16 januari 1941 gearresteerd en verbleef tot eind februari in het Oranjehotel. Vandaar getransporteerd naar Buchenwald, en later naar Gross-Rosen en Dachau, waar hij de bevrijding meemaakte op 29 april 1945.

Bron: Joh. Teunissen, Mijn belevenissen in de Duitse concentratiekampen (2002), ISBN 90-435-0367-3 

F.A. van Tol

Geboren 2 januari 1909
Gearresteerd vanwege illegale acties op 25 juli 1941 op het adres Wieringschestraat 14 in Den Haag. Heeft als gevangene 2 periodes in Scheveningen doorgebracht, alsmede in Kleve, Köln, Mönchengladbach, Düsseldorf, Hanover en Halle. Was ook gevangene in de kampen Schoorl, Amersfoort, Buchenwald, Köln, Horrem, Wieda, Makkenrode, Noordhausen en Bergen-Belsen. In Bergen-Belsen is hij op 15 april 1945 bevrijd, waarna hij op 28 april terugkeerde in Nederland, in Eindhoven. De naam van Van Tol wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: M. van Tol  

Nicolaas Verbeek

26 juli 1892 – 6 december 1974
Woonde in Den Haag, waar hij veel verzetswerk verrichtte. o.a. de verspreiding van voedsel voor onderduikers. Heeft na zijn arrestatie in 1944 ongeveer 10 weken in het Oranjehotel gezeten. Mocht toen de begrafenis van zijn vader bijwonen, waarna hij onderdook.

Meer informatie

Bron: mevr. E.H.M. Bal-Verbeek  

Jan Verhagen

Geboren 10 maart 1920
Jan Verhagen gaf in Haarlem “De Verrekijker” uit en stencilde in grote oplage “De overweldiging van Nederland” van minister Eelco van Kleffens (1941). Na verraad werd hij voor deze activiteiten gearresteerd en gevangen gezet in het Oranjehotel, waar hij in cel 595 zat. Daar had hij intensief contact met Yge Foppema, een Friese dichter die in een naburige cel zat. De middelste strofe van Foppema’s gedicht De ballade van de ter dood veroordeelden heeft betrekking op Verhagen. Foppema droeg het gedicht op aan Verhagen. Jan Verhagen werd naar Duitsland getransporteerd, waar hij o.a. gevangen zat in het tuchthuis in Hameln, maar overleefde de oorlog.

Bron: M. Verhagen, Zwolle  

Ernst Lodewijk Visser

14 augustus 1901 – 2 september 1942
Advocaat in Den Haag, had contacten met de Paroolgroep. Werd in juli 1942 gearresteerd omdat hij geen ster droeg. Via Scheveningen, Amersfoort en Westerbork als strafgeval op 1 augustus 1942 gedeporteerd naar Mauthausen, waar hij overleed.

Bron: Gymnasium Haganum, Den Haag: Helden – Slachtoffers – Heldhaftige Slachtoffers, ISBN 90-72766-30-x

Geert Vogel

16 augustus 1901 – 3 februari 1969
Woonachtig in Zwollekerspel en werkzaam als vertegenwoordiger in textiel. Leidde de verzetsgroep “Vogel”. Is na zijn arrestatie, door verraad van een onderduiker, ondervraagd op het politiebureau van Zwolle, o.a. over een lijst namen van de BS, waarbij hij dagen gevangen werd gehouden in een kooi op de binnenplaats. In januari 1945 werd hij vervoerd naar Amersfoort, en vandaar in maart of april naar het Oranjehotel (cel 679). Zou in mei geëxecuteerd worden, maar werd bevrijd. De naam van Vogel wordt vermeld in het Gedenkboek van het Oranjehotel van E.P. Weber.

Bron: M.G. Vogel 

Christina Willemina de Waart

14 december 1921 – 9 april 2007
Werd begin 1943 gevangen gezet in cel 383, terwijl zij zwanger was. Zij werd beschuldigd van Jodenbegunstiging, omdat zij werkte in de antiekhandel van haar vader, die zaken deed met Joodse zakenlieden. Haar vader werd in maart 1943 gearresteerd en zat een jaar gevangen in Vught. In juni 1943 geboden vrouwelijke bewaaksters de acht maanden zwangere Christina de Waart haar “doodvonnis” te ondertekenen, een macabere “grap”. In feite kon zij haar vrijlatingsdocument tekenen. In 2007 is zij op 85-jarige leeftijd in Den Haag overleden.

Bron: J.A. Malherbe 

Jan Wilhelm van der Wal

2 maart 1918 – 12 september 1993
Eigenaar van een boekhandel aan de Asselsche Straatweg in Apeldoorn. Hielp bij de verspreiding van illegale kranten en voedselbonnen. Door verraad opgepakt, eind 1944 of begin 1945, en via Amersfoort in maart of april 1945 overgebracht naar het Oranjehotel, waar hij tot de bevrijding zat. Lijdend aan hongeroedeem keerde hij in mei 1945 in Apeldoorn terug. Van der Wal’s naam wordt vermeld op een lijst van oud-gevangenen van het Oranjehotel die zich na de bevrijding aanmeldden bij het Oranje-Nassauregiment in Den Haag.

Bron: E. van der Wal, Canberra  

Arnold Daniel Johannes Wiegand

16 december 1922 – 2 mei 1945
Aan Arnold Wiegand is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Zijn sterfdatum, 2 mei 1945, wordt niet vermeld. Deze datum is vastgesteld door de Oorlogsgravenstichting.

Bron: A.W.C. Snabilie, Heemstede

 

Johannes Albertus van Wijhe

5 februari 1901 – 3 februari 1943
Aan Jo van Wijhe is een pagina gewijd in de Doodenboeken. Hij was lid van de Ordedienst (OD) in Den Haag vanaf mei 1941. Was op verschillende manieren actief in het verzet, o.a. door het opnemen van onderduikers, samen met zijn vrouw Nel van Ingen. Kwam op 6 november 1942 vanuit het Oranjehotel in Amersfoort aan, en werd in januari 1943 naar Vught vervoerd, waar hij op 3 februari overleed.

Meer informatie

Bron: J.A. van Wijhe