Corrie ten Boom

Corrie ten Boom wordt op 15 april 1892 in Amsterdam geboren. Ze groeit op in Haarlem in een orthodox-protestants gezin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hun huis aan de Barteljorisstraat een schuilplaats voor onderduikers. Mensen die voor de Duitsers op de vlucht zijn: Joden, maar ook leden van het verzet. De familie handelt vanuit hun christelijke geloof en biedt in 1943 en 1944 honderden mensen onderdak.

De hele familie in het Oranjehotel

Begin 1944 wordt de familie echter verraden. Op 28 februari 1944 valt de Duitse politie hun woning binnen. Corrie en haar vader Casper, zus Nollie, zus Betsie, broer Willem en Neef Peter worden opgepakt. Ze komen in het Oranjehotel terecht. Na een maand komt Corrie in Einzelhaft te zitten.

"Een eenzame cel wacht me. Ik word naar binnen geduwd en de deur sluit zich achter me. Ik ben alleen. Alles is hier leeg en grauw. In de andere cel waren nog kleuren van de kleding van de anderen. Hier niets. Grauw en leeg. Koud, ijskoud voel ik mij. De wind giert en er is een kille tocht in de cel… Er zijn geen kleuren in mijn cel. Mijn dekens zijn grauw, de muren bovenaan wit, onderaan grijze tegels. Het venster boven de deur is breed, door tralies in vakjes verdeeld."

Casper, die op dat moment al 84 jaar is, overlijdt tien dagen na zijn arrestatie in Scheveningen. Corrie zit maandenlang alleen in een cel en probeert op allerlei manieren de verveling tegen te gaan:

"Bij de deur van mijn cel lopen kleine miertjes. Ze hebben hun eigen terrein bepaald en daarin een vast weggetje uitgekozen. Ik geef ze elke dag wat broodkruimels… De kruimels die ik op de grond gooide, werden bestormd door de miertjes. Stukjes ei, zes maal groter dan zijzelf werden tegen de muur opgesleept naar een gaatje bij de deur. Ik kijk er uren lang naar en veeg heel voorzichtig om hun terreintje heen. Ik houd van mijn celgenootjes."

Vught en Ravensbrück

Na D-day, de geallieerde landingen in Frankrijk op 6 juni 1944, worden de gevangenen in het Oranjehotel geëvacueerd. Corrie en haar zus horen bij de duizend gevangenen die naar Vught worden overgeplaatst. Na enkele weken gaan ze op transport naar het Duitse concentratiekamp Ravensbrück. Betsie overlijdt op 59-jarige leeftijd in Ravensbrück. Corrie overleeft de verschrikkingen van het kamp. Op 29 december 1944 wordt ze uit Ravensbrück ontslagen. Na de oorlog zet Corrie zich in om het woord van God te verspreiden. In meer dan dertig jaar bezoekt ze meer dan zestig landen met de boodschap: ‘God is overwinnaar’. Ze is voor veel mensen een voorbeeld en een christelijke inspiratie. Op haar 91e verjaardag op 15 april 1983 overlijdt ze. Enkele jaren later, in 1988, wordt het ouderlijk huis van Corrie geopend als museum Corrie ten Boom huis. Het museum heeft het doel om de herinnering aan het geestelijk erfgoed van de familie Ten Boom levend te houden.