Anton de Kom - strijder tegen kolonialisme, racisme en de Duitse bezetter

Schrijver en activist Anton de Kom (1898-1945) wordt in 1898 in Paramaribo geboren. In 1920 emigreert hij naar Nederland waar hij trouwt met Nel Borsboom. Samen wonen ze in Den Haag.

In zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’ (1934) spreekt De Kom zich uit tegen de koloniale overheersing van Suriname. Hij stelt dat ook na de afschaffing van de slavernij het kolonialisme ongelijkheid en racisme in stand houdt. "Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft”.

Oranjehotel, Vught, Sachsenhausen, Neugengamme

Al in 1940 raakt De Kom betrokken bij het verzet tegen de Duitse bezetter en schrijft hij artikelen voor de illegale communistische krant De Vonk. In het nazisme ziet hij eenzelfde onderdrukking waartegen hij al zijn hele leven in opstand komt. Op 7 augustus wordt De Kom door de Duitse politie gearresteerd en in het Oranjehotel opgesloten. Na een week in Einzelhaft (eenzame opsluiting) gaat hij op transport naar Kamp Vught. Via Vught en Sachsenhausen komt De Kom in het Duitse concentratiekamp Neuengamme terecht.

Net als veel andere Nederlanders in Duitse gevangenschap komt De Kom na de oorlog niet thuis. Lange tijd zit zijn familie in onzekerheid over zijn lot. Via een medegevange krijgen ze uiteindelijk te horen dat De Kom waarschijnlijk in april 1945 in kamp Sandbostel, bij Neuengamme, aan TBC is overleden. Pas in 1960 wordt zijn lichaam in een massagraf gevonden en in Loenen op de erebegraafplaats begraven.

Tegenwoordig is De Kom een symbool als vrijheidsstrijder, die zich verzette tegen het kolonialisme, racisme én de Duitse bezetter.