Portret van Maarten de Wilt - Geuzenserie deel 3

Vlaardinger Maarten de Wilt werkt vanuit zijn slagerij op de Hoogstraat voor de eerste verzetsgroep van Nederland, de Geuzen. Hij vervoert onder meer wapens in manden, verstopt onder vlees.

‘Ze nemen hier alles van je af’

Op 4 maart 1941 wordt De Wilt gearresteerd en overgebracht naar het Oranjehotel. Daar kan hij nog gauw een bericht schrijven aan zijn Jannie, geschreven op slagerspapier dat hij misschien nog in zijn jas heeft kunnen vinden:

‘Jannie, ik maak het goed, zit in een cel. Ze zeggen dat ik lid ben van het Geuzenvendel en daarom houden ze mij hier, ik weet niet hoe lang. (…) Ik kan niet beter schrijven, geen tafel en geen vrijheid. ’t Is om gek te worden. (…) Ze nemen hier alles van je af.’

Jaren later vertelt Marla de Wilt hoe haar vader de vijftien ter dood veroordeelde Geuzen afscheid van elkaar hoorde nemen: ‘Er was één Geus, die was bij zijn verhoor doorgeslagen en die schreeuwde uit zijn cel: ‘Kunnen jullie me vergeven? Anders kan ik niet rustig sterven!’ En toen zeiden de andere Geuzen: ‘Ja, we hebben het je vergeven’. Dat heb ik van mijn vader gehoord. Tja, wat zou jij hebben gedaan, dat weet je niet. Zo iemand kan je toch niet veroordelen?’

‘Wij zullen voor hen zorgen’

Op 8 april 1941 worden De Wilt en 155 andere Geuzen naar concentratiekamp Buchenwald gestuurd. De rest van de oorlog wordt hij naar andere kampen gedeporteerd. Gelukkig kan De Wilt over de toekomst fantaseren, hij schrijft bijvoorbeeld op 20 juli 1941:

‘Dag en nacht ben je nooit uit mijn gedachten. Als ik weer terug ben, kunnen we samen opnieuw beginnen, toch? Dat zal geweldig zijn, jij ook in een witte jurk, dat wil je toch? Ik verlang heel erg naar die tijd.’

Op 2 mei 1945 wordt De Wilt bevrijd door de Amerikanen in Malchow, een satellietkamp van Ravensbrück. Jannie is hem niet vergeten en op 11 juni 1947 treden ze in het huwelijk.  Marla de Wilt: ‘Als iemand doodging dan zeiden ze altijd: ‘Wij zullen voor hen zorgen’. Dat was de algemene kreet in het kamp: ‘Wij zullen voor hen zorgen’.’ En dat gebeurt ook na de oorlog: als kinderen van de gestorven Geuzen in de slagerswinkel kwamen hoefden ze niets of heel weinig te betalen.

---

Tekst: Hjalmar Teunissen (Stadsarchief Vlaardingen)
Beeld:  De verlovingsfoto van Maarten de Wilt en Jannie Schouten, 1 februari 1946.
Het slagerspapiertje waarop De Wilt snel iets aan Jannie Schouten kon schrijven.
Foto en brief via Marla de Wilt.