Historie

Het Oranjehotel in Scheveningen was in de Tweede Wereldoorlog de gevangenis waar Nederlanders die zich, op wat voor manier ook, tegen de Duitsers verzetten werden opgesloten voor verhoor en berechting. Voor de meeste gevangenen was het verblijf niet langdurig, en werd gevolgd door hetzij vrijlating, hetzij verdere gevangenschap, vaak in Duitsland, hetzij executie.

In de oorlog

De Scheveningse gevangenis werd in de eerste dagen van de oorlog nog gebruikt voor Duitse krijgsgevangenen, maar na de capitulatie namen de Duitsers de gevangenis over. De gevangenis was niet bedoeld voor het uitzitten van langdurige straffen, maar was vooral de plaats waar gearresteerde Nederlanders gevangen gezet werden om verhoord en berecht te worden. Vele gevangenen werden veroordeeld tot langdurige straffen in de Duitse kampen. 215 gevangenen van het Oranjehotel die ter dood veroordeeld waren, zijn geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte. Maar ook kregen vele gevangenen vrijspraak. Naar schatting hebben minstens 25.000 mensen in het Oranjehotel gevangen gezeten. Meestal bevonden zich zo’n 1200 – 1500 gevangenen in het Oranjehotel, met meerderen in één cel. Preciese gegevens ontbreken, omdat de Duitsers aan het eind van de oorlog hun archieven over de gevangenis hebben vernietigd. Tot de meest bekende gevangenen behoren Titus Brandsma en Rudolph Cleveringa.

Men weet niet waarom de gevangenis zo bekend geworden is onder de naam “Oranjehotel”. Deze is in de volksmond ontstaan, en is al vroeg in de oorlog een begrip geworden. Na de oorlog werden zeer vele inscripties gevonden in de muren van de cellen, uiting gevend aan angst en hoop. Een groot aantal inscripties is opgenomen in het “Gedenkboek van het Oranjehotel” door E.P. Weber, dat verder veel informatie bevat over gevangenen, bijeen gebracht in 1945 en in herziene druk verschenen in 1947.

De Stichting Oranjehotel houdt de gedachtenis aan het Oranjehotel 1940 – 1945 in stand binnen de Penitentiaire Instelling Haaglanden in Scheveningen. Het monument Oranjehotel bestaat uit drie onderdelen: Doodencel 601, het poortje waardoor ter dood veroordeelden vanuit de gevangenis naar de Waalsdorpervlakte werden gebracht, en een gedenkplaat die na de oorlog ter nagedachtenis werd aangebracht. Een vierde monument wordt gevormd door de Doodenboeken, een viertal banden waarin 734 gevangenen, die vanuit het Oranjehotel omgekomen zijn, worden herdacht. Zie ook de site van het Nationaal Archief.

Waalsdorpervlakte

De Waalsdorpervlakte is nauw verbonden met het Oranjehotel. Gelegen op korte afstand van het Oranjehotel in de Scheveningse duinen werd deze plek door de Duitsers gebruikt om terdoodveroordeelden te fusilleren. Deze gevangenen brachten hun laatste nacht door in het Oranjehotel, meestal in de dodencellen in de D-gang. Vaak vroeg in de ochtend werden de gevangenen uit hun cel gehaald. Ze liepen door het Poortje naar een op de Van Alkemadelaan klaarstaande vrachtwagen en werden naar de duinen van de
Waalsdorpervlakte gereden om daar te worden doodgeschoten. Bronzen kruisen in de duinen vormen nu het monument Waalsdorpervlakte, dat beheerd wordt door de Vereniging Erepeloton 
Waalsdorp. De imposante Bourdonklok werd in 1959 geplaatst, met een mooie tekst van voormalig Oranjehotel-gevangene prof. Rudolph Cleveringa: ‘Ik luid tot roem en volging van die hun leven
gaven tot wering van onrecht, tot winning der vrijheid en tot waring en verheffing van al Neerlands geestelijk goed’.