De Nederlandse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Op de ochtend van 16 juni 1945, kort na de Bevrijding, vond aan de rand van Den Haag een symbolische gebeurtenis plaats. Een groep gevangenen uit het Scheveningse gevangeniscomplex verzamelde zich op de hoek van de Van Alkemadelaan en de Oude Waalsdorperweg. Deze gevangenen maakten zich gereed voor een zware taak op de Waalsdorpervlakte: het blootleggen en bergen van de massagraven van tijdens de bezetting gefusilleerde verzetsstrijders.
Tijdens de oorlog had de Waalsdorpervlakte gediend als fusilladeplaats voor het Oranjehotel, destijds een beruchte nazigevangenis. Na de bevrijding was het voormalige Oranjehotel een verzamel- en bewaarplaats geworden voor ‘politieke delinquenten’: (vermeende) collaborateurs, NSB’ers en andere oorlogsmisdadigers. De groep die de lichamen moest bergen, behoorde tot deze nieuwe categorie.
Voor de klus werden specifieke gevangenen geselecteerd: zesentwintig van de negenentwintig geselecteerde gevangenen waren ex-politiemannen die tijdens de oorlog hun ambt hadden misbruikt om de bezetter te dienen. De tewerkstelling van deze groep was een bewuste keuze, waarbij het naoorlogse verlangen naar vergelding een belangrijke rol speelde. Dat zoveel collaborerende politieagenten werden geselecteerd voor deze vergeldingsactie, vertelt ons iets over de ernst van hun daden in de ogen van bevrijd Nederland. Maar hoe eenduidig was de rol van de Nederlandse politie eigenlijk tijdens de bezetting?
%20scan0049%20groot.jpeg)
Eigen selectie - NM Oranjehotel
De Haagse Documentatiedienst
In veel van de door nazi-Duitsland bezette landen vervulden politie en overheidsdienaren een actieve rol in de discriminatie, vervolging en deportatie van Joden, homoseksuelen, Roma, Sinti en andere door het naziregime vervolgde minderheden. In Nederland was dit niet anders. Daarnaast speelde de politie ook een belangrijke rol in het opsporen en vervolgen van verzetsmensen. Zo was er in Den Haag de beruchte Haagse Documentatiedienst, opgericht op 25 november 1940: een speciale politie-eenheid die nauw samenwerkte met de bezetter en zich gedurende de oorlogsjaren specifiek bezighield met het bestrijden van het Haagse verzet en de vervolging van ondergedoken Joden.
In de Haagse Documentatiedienst werden bewust agenten geplaatst die sympathiek tegenover de Duitse bezetters stonden. De meeste leden van de Documentatiedienst waren NSB’ers en velen zagen de dienst als een kans om hogerop te komen binnen het politieapparaat. Andere Nederlandse steden kenden vergelijkbare politie-eenheden, zoals de Centrale Controle in Utrecht en Groep X in Rotterdam. Deze eenheden werkten vaak nauw samen met de Sicherheitsdienst en werden door reguliere politieagenten veelal met de nek aangekeken. De meerderheid van de Nederlandse politieagenten was namelijk een stuk minder fanatiek. Toch werkten ook zij vaak in enige mate mee met de nazi’s. De omvang van die medewerking zou na de oorlog grote gevolgen hebben voor het Nederlandse politieapparaat.
Direct na de Bevrijding werd de Nederlandse politie grondig gezuiverd. Ook in Den Haag werden na de oorlog veel politieagenten gearresteerd. Zo werden alleen al op 12 mei 1945 zevenentachtig Haagse politiefunctionarissen overgebracht naar het Scheveningse cellencomplex. Onder hen bevonden zich verscheidene leden van de Haagse Documentatiedienst. Het waren vooral de fanatiekelingen onder de agenten die na de oorlog vastkwamen te zitten. Maar de zuivering reikte verder dan alleen de zwaarste gevallen: in Nederland is na de oorlog van grofweg 7500 politieagenten een strafdossier aangelegd. Procentueel werd 40 tot 45 procent van de zittende politiemensen onderzocht. Iets minder dan 12 procent hiervan werd naar aanleiding van hun handelen tijdens de bezetting ontslagen. Ruim 7 procent van de onderzochte politieagenten werd na de oorlog disciplinair gestraft.
Politieagent in bezet Nederland
Dat er binnen het Nederlandse politieapparaat verhoudingsgewijs veel sprake was van collaboratie, is de Nederlandse politie lang kwalijk genomen. Schertsende termen zoals ‘moffenknechten’ bleven lang hangen in het naoorlogse vocabulaire en wantrouwen naar de politie was groot. DeNederlandse politie behield tot ver na de oorlog de functie van nationale zondebok. Toch waren lang niet alle Nederlandse politieagenten ‘fout’ tijdens de bezetting. Daarnaast verkeerden politieagenten tijdens de oorlog in een vrij unieke en lastige positie, waarbij agenten zich vaak in een grijs gebied bevonden tussen collaboratie, medeplichtigheid en verzet.
Na de capitulatie van Nederland in 1940, kwamen de Duitsers aan de macht en het Nederlandse politieapparaat werd per verordening onder toezicht van de Duitse politie gesteld. In deze beginjaren van de oorlog was het voor veel Nederlanders nog niet duidelijk hoe verschrikkelijk de bezettingsjaren zouden zijn. Ook hadden velen nog geen goed zicht op de omvang van het naderende onheil. Al waren de eerste voortekenen en zorgwekkende berichten uit Duitsland en Polen er natuurlijk wél al.
In deze onzekere beginjaren stonden Nederlandse politieagenten voor een lastige keuze: draai je het korps de rug toe, of blijf je en werk je voor de bezetter? Het merendeel van de agenten koos ervoor om bij de politie te blijven. Dit betekende in ieder geval dat ze tot op zekere hoogte gehoor moesten geven aan de bevelen van de nazi’s. Toch zagen velen dit ook als een mogelijkheid om van binnenuit te proberen waar mogelijk mensen te helpen en te beschermen tegen de bezetter. Tegelijkertijd was het terugtreden uit je functie ook niet zonder gevolgen. In de beginperiode betekende het in ieder geval al werkloosheid en het achterlaten van je korpsgenoten. Toch hebben enkele politieagenten meteen aan het begin van de bezetting de organisatie de rug toegekeerd. Anderen bleven in eerste instantie bij het korps, maar vertrokken later alsnog, vaak tegen een hoge prijs.
Dienstweigering kon leiden tot ontslag, tot zware straffen, de arrestatie van familieleden en zelfs tot de doodstraf. Daarnaast werd dienstweigering door collega’s vaak als oncollegiaal gezien: het werk dat de ene liet liggen moest immers worden opgepakt door de ander. Desondanks waren erpolitieagenten die na enige tijd weigerden nog langer deel uit te maken van het systeem van de nazi’s. Sommigen van hen moesten deze keuze met de dood bekopen. Op de Erelijst der Gevallenen staan ruim driehonderd namen van politiemensen.
Laveren tussen plicht, overleven en geweten
Onder de grote groep politiemensen die wel in dienst van de bezetter bleven werken, was er bij velen ten minste sprake van klein verzet. Sommigen probeerden bijvoorbeeld mensen voorafgaand aan arrestaties te waarschuwen, lieten bewust een achterdeur open of knepen af en toe een oogje dicht. Een selecte groep agenten gebruikte hun positie binnen het korps ook om actief deel te nemen aan het verzet. Zij smokkelden bijvoorbeeld wapens, spioneerden of voorzagen in onderduikadressen.
Een belangrijk onderscheid tussen het reguliere verzet en het verzet van politieagenten is de dubbele rol die agenten moesten spelen. Als politieagent was radicale afwijzing van het naziregime geen optie: om mensen te kunnen helpen was het behoud van de rol als politieagent vaak essentieel. Dit betekende dat een bepaalde mate van medewerking met de bezetter haast onoverkoombaar was, waardoor men tot op zekere hoogte betrokken raakte bij de uitvoering van omstreden maatregelen van de nazi’s.
Er is lang onbegrip geweest voor deze dubbele rol die politieagenten moesten spelen. Iets dat zeker zal hebben bijgedragen aan de slechte reputatie van het Nederlandse politiekorps na de oorlog. Het verhaal van politieverzet paste ook slecht in de heroïsche nationale verzetsmythe die na de Bevrijding zo gangbaar werd in Nederland: een mythe waarin de scheidslijnen tussen goed en fout zelden ter discussie stonden en waarin weinig ruimte was voor de grijs gekleurde werkelijkheid van mensen die probeerden te laveren tussen plicht, overleven en geweten. Voor veel politieagenten was die werkelijkheid echter allesbehalve zwart-wit.
De grootschalige collaboratie van Nederlandse politieagenten tijdens de bezetting is een feit. Maar achter het collectieve beeld van de 'moffenknecht' gingen ook de verhalen schuil van mensen die probeerden te laveren tussen overleven en geweten, in een samenleving die gestaag afstevende op massavervolging en vernietiging. Natuurlijk maakt de context waarbinnen werd gecollaboreerd de handeling van collaboratie niet ongedaan. Wat hetwel doet is het oordeel een stuk ingewikkelder maken. En dat is maar goed ook.

Eigen selectie - NM Oranjehotel
Bronnen:
Corien Glaudemans: De Documentatiedienst van de Haagse politie in de Tweede Wereldoorlog Politieorganisatie was ‘fout’, 2012.
Henk Ambachtsheer: ‘Ter zake politiek’, De Centrale Bewaarplaats voor Politieke Gevangenen ter Scheveningen 1945-1950, 2024.
Hinke Piersma: Op Eigen Gezag, politieverzet in oorlogstijd, 2019.
Frank van Riet in Boeiend de Podcast, 2023.
