Interview met Anke van der Laan, vertrekkend directeur NM Oranjehotel

Gepubliceerd: 31 december 2025

Na een carrière in met name beeldende kunstmusea* startte Anke van der Laan in januari 2018 als eerste directeur van het Nationaal Monument Oranjehotel. Een nieuw werkveld, een nieuw onderwerp en een nieuw te bouwen museum. Wat trof je aan?
Die eerste indrukken herinner ik mij heel scherp. De renovatie van het oude cellencomplex was net gestart en het bestuur had kantoorruimte voor mij kunnen regelen bij de buren, de Penitentiaire Inrichting Haaglanden. Elke ochtend leverde ik mijn telefoon in en liep door de detectiepoortjes naar mijn kamer met uitzicht op de luchtplaats. Ik herinner mij de interessante gesprekken met het personeel, de geestelijke verzorgers, bibliothecaris en psychiaters. Een maatschappij in het klein.  

Vaak  liep ik naar de bouwplaats en zag hoe de werkzaamheden vorderden. Na het slopen van een deel, was de restauratie en inrichting begonnen. Met het bestuur en betrokkenen bij de bouw maakten we elke dag vele keuzes. Grote beslissingen van het terugbrengen van de originele bakstenen in de Noordgang tot bepalen waar de stopcontacten moesten komen. Een heel boeiend en leerzaam traject. 

Wat waren voor jou de grootste uitdagingen in die jaren? 
Tijdens de bouw was er natuurlijk steeds de uitdaging of het allemaal wel op tijd klaar was. Toen eenmaal Koning Willem-Alexander was uitgenodigd om de opening van het NM Oranjehotel te verrichten en de openingsdatum van 6 september 2019 steeds dichterbij kwam, hebben we in relatief korte tijd met een klein team een enorme inspanning geleverd! Des te groter was de trots dat het allemaal gelukt was. 

Wat staat je van die beginjaren nog het meeste bij? 
De betrokkenheid van de vrijwilligers. Vanaf het eerste moment was er een grote betrokken groep vrijwilligers. Buurtbewoners, mensen uit het onderwijs, mensen met een persoonlijke relatie tot het Oranjehotel etc. Stuk voor stuk mensen die de schouders eronder willen zetten én groot deel is nog steeds verbonden. Heel bijzonder. 

Een grote uitdaging in die beginjaren was natuurlijk de Corona periode. Vijf maanden na de opening moesten we het museum sluiten. Gelukkig hebben we die tijd goed kunnen besteden: we hebben onze beleidsplannen op orde gebracht en daarmee de status van geregistreerd museum verworven. Toen konden we ook de Museumkaart accepteren. 

Wat heb je in die acht jaar als directeur het meeste zien veranderen? 
De wereld om ons heen. Het verhaal van het Oranjehotel is niet meer uitsluitend een verhaal uit de Tweede Wereldoorlog. Het is relevanter dan ooit. Overal om ons heen zien we dat de rechtsstaat en democratie onder druk staan. Wij vertellen wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Reden voor ons om het NM Oranjehotel en Oranjehotel Junior nog meer in de context van de wereld van nu te plaatsen. Zo hebben we onlangs een zaaltekst over samenwerking en de VN geactualiseerd en organiseren wij in 2026 de tentoonstelling In de schaduw van de bevrijding, een tentoonstelling over de periode 1945-1950 

Ook het aantal bezoekers veranderde natuurlijk. We begonnen met 10.000 bezoekers in 2018, dit jaar hebben we er bijna 46.000. Ook het publiek zelf is heel divers. Van nabestaanden van mensen die hier gevangen hebben gezeten tot schoolkinderen of mensen die eigenlijk nooit een museum bezoeken. Zo’n breed publiek gun ik elk museum. 

Wat heeft het NM Oranjehotel jou persoonlijk gebracht? 
Persoonlijk is het een enorme verrijking. Sinds mijn aanstelling, ben ik vol in de Tweede Wereldoorlog en onderwerpen op het gebied van vrede en recht gedoken. En de gesprekken met de bezoekers zijn vaak indrukwekkend en inspirerend. Mensen delen soms hun meest persoonlijke familieverhaal. Dat ze jou zo’n bijzonder verhaal toevertrouwen is een groot compliment voor de organisatie, vaak ook een mooie aanvulling op de informatie in ons digitaal Namenregister.  

En hoe gaat jouw leven er nu uitzien? 
Na 44 jaar in musea gewerkt te hebben, ga ik vast zaken oppakken waar ik nooit tijd voor heb gehad. Welke dat zijn, zal de tijd leren. In ieder geval laat ik me daarbij leiden door de drie B’s: Beweging, Buiten en Belangstelling.  

Heb je nog een wens voor de toekomst van het NM Oranjehotel? 
Natuurlijk wens ik het NM Oranjehotel nog meer bezoekers en meer bekendheid toe. Maar ik hoop ook dat het zijn toegankelijke, informele en laagdrempelige sfeer zal behouden. En ik hoop natuurlijk dat het museum altijd zo’n gedreven en enthousiaste groep medewerkers en vrijwilligers om zich heen zal houden. 

*achtereenvolgens Pierre Cuypers Huis in Roermond, Stadsgalerij latere Schunck in Heerlen en het Frans Hals Museum/de Hallen in Haarlem  

 

Meer nieuws