George Maduro

George Maduro wordt op 15 juli 1916 op Curaçao geboren. Maduro groeit op in een welgestelde Joodse familie. Als hij tien is, verhuist hij naar Nederland om in Den Haag een opleiding te volgen. In 1934 begint Maduro met zijn studie rechten in Leiden. Tijdens de meidagen van 1940 is Maduro als 2e luitenant der Cavalerie verantwoordelijk voor de verdediging van Villa Leeuwenburg in Leidschendam. Hij weet de villa succesvol te verdedigen en de opmars van de Duitsers te vertragen. Na de capitulatie op 15 mei 1940 komt Maduro als krijgsgevangenge in het Oranjehotel terecht. Na een half jaar laten de Duitsers hem vrij.

Verzet

Al snel raakt Maduro betrokken bij verzetsactiviteiten, voornamelijk spionagewerk. In mei 1941 wordt hij wederom opgepakt en is hij voor de tweede keer gevangene in het Oranjehotel. Deze keer zit hij in Untersuchungshaft. De reden van zijn arrestatie is onduidelijk. Van zijn ondergrondse verzetswerk zijn de Duitsers in ieder geval niet op de hoogte. Er is veel onzekerheid, zowel bij de familie als bij Maduro zelf. Na enkele weken in een cel met andere gevangenen wordt hij overgeplaatst naar cel 635. Hier zit Maduro in Einzelhaft: eenzame opsluiting zonder de mogelijkheid tot contact met de buitenwereld of met andere gevangenen. Wel krijgt hij veel steun van dominee Gerrit Bos, de gevangenispredikant van het Oranjehotel. Na de oorlog schrijft Bos hierover: 

"Ofschoon het niet ongevaarlijk voor mij was, omdat ik George niet mocht bezoeken, deed ik het toch meestal iedere dag. Voor lange gesprekken was in de regel geen tijd en gelegenheid, maar wel voor een bemoedigend woord, een handdruk of het overbrengen van een boodschap."

Op transport naar Dachau

Na enkele maanden eenzame opsluiting wordt Maduro op 15 december 1941 weer vrijgelaten. Zijn gevangenschap heeft veel indruk op hem gemaakt. "Ik ben er anders uitgekomen dan ik erin ben gegaan" zegt hij tegen een vriend. Maduro zet zijn verzetsactiviteiten voort, maar voelt zich niet meer veilig. In de zomer van 1942 verordent de Duitse bezetter dat alle reserveofficieren zich moeten melden. Maduro weigert en duikt onder bij familie van een studievriend. In de zomer van 1943 wordt hij opgepakt in Charlesville-Mézières in Frankrijk. Maduro was onderweg om via België, Frankrijk en Spanje naar Engeland te vluchten. De Duitsers sluiten hem op in de gevangenis van Saarbrücken. Op 24 november 1944 gaat Maduro op transport naar het Duitse concentratiekamp Dachau. Hier overlijdt hij op 9 februari 1945 op 28-jarige leeftijd aan de gevolgen van vlektyfus.

Madurodam

Na de bevrijding geven zijn ouders het startkapitaal voor het oprichten van een miniatuurstad. Het krijgt de naam ‘Madurodam’ en wordt een herdenkingsmonument voor hun zoon. Ook krijgt Maduro in mei 1946 postuum de ‘Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde’ toegekend.