Pim Boellaard

Willem Anton Hendrik Cornelis (Pim) Boellaard wordt op 16 augustus 1903 in Delft geboren. Vanaf 1922 studeert Boellaard aan de Nederlandse Handels-Hoogeschool in Rotterdam. In 1925 behaalt hij zijn diploma handelseconomie. In 1929 trouwt Boellaard met Anna barones van Heeckeren, met wie hij één kind krijgt. Vanaf 1933 is hij directeur van het verzekeringsbedrijf ‘De Nederlanden van 1845’ (de voorloper van het huidige ‘Nationale-Nederlanden’) in Utrecht en verhuizen ze naar De Bilt.

Ordedienst

In 1939 wordt Boellaard gemobiliseerd als reservekapitein van de artillerie bij het 2de Regiment Veld Artillerie in Den Haag. Na de Duitse inval is hij betrokken bij de beschieting van het vliegveld Ockenburg, dat door Duitse luchtlandingstroepen is ingenomen. Na zijn demobilisatie hervat Boellaard zijn werk. Vanaf de zomer van 1940 is hij actief in de Ordedienst (OD). Deze verzetsgroep bestaat grotendeels uit militairen en richt zich hoofdzakelijk op de periode na de bevrijding. Daarnaast houdt de OD zich bezig met het verzamelen van militaire inlichtingen. Boellaard is gewestelijk commandant van Utrecht. In 1941 krijgt de groep te maken met een grote arrestatiegolf. 71 OD’ers worden in 1942 in het Duitse kamp Sachsenhausen gefusilleerd. Boellaard weet te ontkomen door onder te duiken. In deze periode zet hij zijn verzetswerk voort.

Gevangen in het Oranjehotel

Toch wordt ook Boellaard op 5 mei 1942 na verraad gearresteerd. Hij komt in het Oranjehotel gevangen te zitten:

“Nu ben ik alleen tussen vier witte muren. Ik bekijk de inventaris, matras, kruk, hang mijn jas aan de kapstok en wrijf mijn pijnlijke polsen. Mijn hart bonst: wanneer ga ik er aan? Ik lees de opschriften op de muren, niet bemoedigend, vast een ter dood veroordeelde (…) Een brood en een beker taptemelk wordt door het luik geschoven. Ik dwing mij het brood naar binnen te proppen. Eten, zorg dat je krachtig bent voor verhoor. Vreemd gevoel ineens om voor een vuurpeloton te moeten staan. Eigenlijk heel eenvoudig. Stilstaan en wachten. Kun je dat? Ik ga in de houding staan, twee meter vanaf het kijkgaatje in de deur en kijk er strak naar. Denk je in, dat het de loop van een geweer is, kun je je beheersten en ‘Leve de Koningin’ roepen? Ik zeg hardop tegen mijzelf: ‘Ja, ik kan het.’ Dat geeft weer wat rust. Nu nadenken wat wél en niet bekend is. Bedenk dat ieder onbedachtzaam woord de dood van een medestrijder kan betekenen. Er wordt op de muur geklopt, ik geef geen antwoord; overal zie ik nu verraders. Het wordt donker, met een deken over mijn hoofd heengetrokken probeer ik te slapen. Als een mallemolen wentelt alles door mijn hoofd; hoe red ik mij daaruit, er is zóveel bewijs. Onmogelijk.”

Als enige gevangene wordt hij door de hoge Duitse nazi’s Reinhard Heydrich en Heinrich Himmler ondervraagd. In zijn cel houdt Boellaard op wc-papier een dagboek bij waarin hij hier over schrijft. De Nederlandse bibliothecaris Jentinus van der Heide smokkelt de briefjes in een boek de gevangenis uit. Na de oorlog dienen deze briefjes als basis van zijn boek De angst voor lafheid. Dagboek over oorlog en verzet.

Op transport

Op 29 september gaat Boellaard op transport naar Haaren. Hier wordt hij in het tweede OD-proces veroordeeld. Via Amersfoort komt Boellaard eind oktober als ‘Nacht und nebel’ - gevangene in het concentratiekamp Natzweiler terecht. Het lot van deze gevangenen bleef bij familie en vrienden onbekend. Zij verdwenen als het ware in ‘nacht en nevel’. Ook de familie van Boellaard leeft in onzekerheid. Op 6 september 1944 gaat Boellaard op transport naar Dachau. Hier is hij een grote steun voor zijn medegevangenen. In Dachau maakt Boellaard op 29 april 1945 de bevrijding door de Amerikanen mee.

Na de bevrijding

Na de oorlog speelt Boellaard een belangrijke rol in verschillende organisaties van oorlogsslachtoffers, waaronder ook de Stichting Oranjehotel. Ook hervat hij zijn werk als verzekeringsdirecteur. In 2001 overlijdt Boellaard op 97-jarige leeftijd. In 2008 verschijnt zijn biografie Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard (1903-2001). Het leven van een verzetsheld, geschreven door Jolande Withuis.